Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:7145 ECLI:NL:RBZWB:2022:7145 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:7145 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:7145
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/5748 WIA uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2022 op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker gemachtigde: mr. E.W.J.M. Janssens, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop In het besluit van 18 mei 2021 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om per 14 juni 2021 aan verzoeker een WIA-uitkering toe te kennen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:7145 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen een proceskostenveroordeling. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Keywords

AI generated
procedural costs party costs of attorney professional expenses unpaid advance on costs legal representation costs legal aid costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/5748 WIA uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2022 op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker gemachtigde: mr. E.W.J.M. Janssens, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop In het besluit van 18 mei 2021 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om per 14 juni 2021 aan verzoeker een WIA-uitkering toe te kennen.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. In het besluit van 19 november 2021 (bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. In het besluit van 4 oktober 2022 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd. Het bezwaar is alsnog gegrond verklaard en aan verzoeker is per 14 juni 2021 een WIA-uitkering toegekend. Naar aanleiding van dit besluit heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen een proceskostenveroordeling. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.

3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- met een wegingsfactor 1). De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot het UWV moeten wenden.

Beslissing De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. de Roo, griffier, op 25 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent.

Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.