Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:664 ECLI:NL:RBZWB:2022:664 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:664 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:664
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/8917 PW uitspraak van 10 februari 2022 van de rechtbank in de zaak tussen [naam eiser] (eiser), te [plaatsnaam] , gemachtigde: [naam gemachtigde eiser] , en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college), verweerder. Procesverloop In een besluit van 19 mei 2020 (primair besluit) heeft het college eisers aanvraag om bijzondere bijstand voor een laptop afgewezen. In een besluit van 27 augustus 2020 (bestreden besluit) heeft het college eisers bezwaren tegen het primaire besluit gegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:664 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Ook zijn een aantal mogelijkheden om wel ergens te kunnen werken vervallen wegens de coronapandemie. Eiser wil in plaats van bijstand in de vorm van een lening liever bijstand om niet ontvangen. Wettelijk kader 4. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere bijstand voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Keywords

AI generated
benefit for course attendance educational training allowances unpaid licensing royalties school fee contribution cost recovery distance education agreement

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2021:3237
20 1953 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 april 2020, 19/5055 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college) Datum uitspraak: 21 december 2021 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.
ECLI:NL:CRVB:2019:850
173486 PW, 17/3487 PW, 17/3488 PW, 17/3489 PW Datum uitspraak: 5 maart 2019 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 7 april 2017, 16/2319, 16/2320, 16/2321 en 16/2344 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2019.
ECLI:NL:CRVB:2017:2727
16/5313 PW, 16/5315 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 11 augustus 2016, 16/316 (aangevallen uitspraak 1) en 16/317 (aangevallen uitspraak 2) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) Datum uitspraak: 18 juli 2017 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.J.E. Stout, advocaat, hoger beroepen ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2017.
ECLI:NL:CRVB:2020:2433
18 5904 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Datum uitspraak: 29 september 2020 Uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak 24 mei 2018, 17/6333 (aangevallen tussenuitspraak) en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 oktober 2018, 17/6333 (aangevallen einduitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C.J. van der Have, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/8917 PW uitspraak van 10 februari 2022 van de rechtbank in de zaak tussen [naam eiser] (eiser), te [plaatsnaam] , gemachtigde: [naam gemachtigde eiser] , en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college), verweerder. Procesverloop In een besluit van 19 mei 2020 (primair besluit) heeft het college eisers aanvraag om bijzondere bijstand voor een laptop afgewezen. In een besluit van 27 augustus 2020 (bestreden besluit) heeft het college eisers bezwaren tegen het primaire besluit gegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 11 januari 2021. Partijen zijn niet verschenen. OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden 1. Eiser heeft op 14 mei 2020 bij het college bijzondere bijstand aangevraagd voor een laptop. Blijkens een bijgevoegde factuur heeft hij op 14 mei 2020 een laptop aangeschaft ter waarde van € 550,-. In het primaire besluit heeft het college eisers aanvraag afgewezen, omdat de betrokken kosten niet noodzakelijk zouden zijn. In het bestreden besluit heeft het college eisers bezwaren tegen het primaire besluit gegrond verklaard, in zoverre dat voor de laptop een bedrag van € 449,- aan bijzondere bijstand is verleend in de vorm van een lening.

Standpunt college 2. De rechtbank begrijpt het standpunt van het college aldus, dat eisers kosten voor een laptop in beginsel niet voor bijstandverlening om niet in aanmerking komen, omdat hij met ingang van 19 februari 2019 een bijstandsuitkering ontvangt en de betrokken kosten daaruit (en de eventueel aanwezige draagkracht) kunnen worden voldaan. Omdat eiser korter dan drie jaar een inkomen op bijstandsniveau heeft, is het college wel overgegaan tot het verlenen van leenbijstand op grond van het buitenwettelijk beleid van het college. Eisers standpunt 3.

Eiser voert – kort samengevat – aan dat hij geen financiële middelen heeft voor de aanschaf van een laptop. Hij heeft wel een laptop nodig voor het volgen van Nederlandse lessen, waarbij hij huiswerkopdrachten krijgt die hij online moet maken. Het volgen van deze lessen is een van de voorwaarden vanuit de reclassering. Eiser stelt dat het voor zijn ontwikkeling, bijdrage aan de maatschappij en de doelen die hij in de toekomst wil behalen nodig is dat hij de Nederlandse lessen in volledigheid kan volgen. Hij stelt dat hij het nodig heeft om thuis rustig op een laptop te kunnen werken, omdat zijn cognitieve vaardigheden ontoereikend zijn om dit zelfstandig in een bibliotheek te doen.

Ook zijn een aantal mogelijkheden om wel ergens te kunnen werken vervallen wegens de coronapandemie. Eiser wil in plaats van bijstand in de vorm van een lening liever bijstand om niet ontvangen. Wettelijk kader 4. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere bijstand voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Relevante vaste rechtspraak CRvB 5. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3237) moet bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet, eerst worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Op dit punt heeft de bijstandverlenende instantie een zekere beoordelingsruimte. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten, voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

6. Zoals de CRvB in een uitspraak van 5 maart 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:850) heeft geoordeeld, is computer- en internetgebruik inmiddels ingebed in het dagelijks leven. Het voorhanden hebben van een digitaal hulpmiddel, zoals een computer of laptop, is onontbeerlijk en de kosten van een digitaal hulpmiddel moeten daarom worden gerekend tot de incidentele algemene noodzakelijk kosten van het bestaan. Daarvoor is slechts afzonderlijke bijstandsverlening mogelijk, indien de kosten als gevolg van bijzondere omstandigheden in het individuele geval niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

De bijstand moet toereikend worden geacht om te voorzien in de kosten van levensonderhoud, nu in de bijstandsnorm een reserveringsruimte aanwezig wordt geacht. Waar gaat het in deze zaak (niet) over? 7. Niet in geschil is dat eisers kosten voor een laptop zich voordoen, en dat het daarbij gaat om noodzakelijke kosten. Partijen zijn enkel verdeeld over de vraag of het college had moeten overgaan tot bijstandsverlening om niet, omdat de kosten noodzakelijk zijn als gevolg van bijzondere omstandigheden in het individuele geval, die ertoe leiden dat die kosten niet uit eisers inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

Beoordeling 8. Naar het oordeel van de rechtbank was het college niet gehouden om bijzondere bijstand om niet te verlenen voor eisers laptop. Voor een laptop is volgens de aangehaalde rechtspraak van de CRvB immers slechts (afzonderlijke) bijstandsverlening mogelijk als de kosten als gevolg van bijzondere omstandigheden in het individuele geval niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Eiser ontvangt vanaf 19 februari 2019 een bijstandsuitkering, en hij heeft met de door hem aangevoerde omstandigheden niet aannemelijk gemaakt dat hij de kosten van de laptop niet hieruit kan voldoen.

Voor zover eiser aanvoert dat hij vanwege schulden en geringe inkomsten niet heeft kunnen reserveren, kunnen dit niet als bijzondere omstandigheden worden aangemerkt. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraken van de CRvB van 18 juli 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:2727) en van 29 september 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:2433).

9. Eiser heeft ook geen recht op bijzondere bijstand om niet op grond van het buitenwettelijk begunstigend beleid van het college. Daarin is als uitgangspunt opgenomen dat voor duurzame gebruiksgoederen leenbijstand wordt verstrekt, en is de afwijking van de hoofdregel noodzakelijk in de situatie dat iemand drie jaar een inkomen op bijstandsniveau heeft waardoor hij niet meer heeft kunnen reserveren voor deze kosten. Daarvan is in het geval van eiser geen sprake. Conclusie 10. Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 10 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen. rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.