Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:4763 ECLI:NL:RBZWB:2022:4763 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:4763 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:4763
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/1353 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder. Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 29 december 2021 met betrekking tot hergebruik van overheidsinformatie. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:12 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:4763 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 29 december 2021 met betrekking tot hergebruik van overheidsinformatie. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

Keywords

AI generated
untimely request for extension timeliness of filing statute of limitations bar commencement of limitation period initial application for access effective date

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
artikel 6:12 van de Awb
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/1353 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder. Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 29 december 2021 met betrekking tot hergebruik van overheidsinformatie. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk.

Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn op 14 maart 2022. De beslistermijn is immers vier weken, gerekend vanaf de dag na de ontvangst van de aanvraag, dit staat in artikel 4, vierde lid, van de Wet hergebruik van overheidsinformatie. De aanvraag is door verweerder ontvangen op 14 februari 2022. Eiser stelt weliswaar dat zijn aanvraag dateert van 29 december 2021, maar uit de overgelegde e-mail van eiser aan verweerder van 14 februari 2022 om 14:46 uur blijkt dat eiser geen ontvangstbevestiging heeft gekregen van zijn aanvraag op 29 december 2021.

Met deze e-mail stuurt eiser nogmaals zijn eerdere e-mail van 29 december 2021 mee. Verweerder stuurt op 14 februari 2022 om 14:47 uur wel een ontvangstbevestiging. Uit het dossier blijkt niet dat de aanvraag van 29 december 2021 eerder is ontvangen dan 14 februari 2022. Eiser heeft met een e-mail van 14 februari 2022 van 15:01 uur geprobeerd verweerder in gebreke te stellen. Op dat moment was de beslistermijn echter nog niet verstreken. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek, niet wegneemt dat verweerder inmiddels had moeten beslissen op het verzoek en voor zover hij dit nog niet heeft gedaan dit zo spoedig mogelijk alsnog dient te doen.

Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 11 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift.

U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.