Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:4541 ECLI:NL:RBZWB:2022:4541 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:4541 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:4541
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/2322 VV uitspraak van 5 augustus 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoekers], te [vestigingsplaats verzoekers], verzoekster. en het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 21 december 2021 (bestreden besluit) inzake het op nihil vaststellen van de verleende subsidie van € 4.100.000,-- voor het project energiedijken en getijdenenergie (hierna: het project).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:4541 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Op 8 maart 2022 heeft is verzoekster gemaand tot terugbetaling van € 3.700.000,-- aan ontvangen voorschotten. Daarop heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
untimely restitution petition comprehensive curatorship guardian compensation reassignment of claim late objection to debt enforcement maintenance arrears
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/2322 VV uitspraak van 5 augustus 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoekers], te [vestigingsplaats verzoekers], verzoekster. en het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 21 december 2021 (bestreden besluit) inzake het op nihil vaststellen van de verleende subsidie van € 4.100.000,-- voor het project energiedijken en getijdenenergie (hierna: het project).

Op 8 maart 2022 heeft is verzoekster gemaand tot terugbetaling van € 3.700.000,-- aan ontvangen voorschotten. Daarop heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Op 24 mei 2022 is het faillissement van verzoekster uitgesproken. Op 26 juli 2022 heeft de curator laten weten dat van terugbetaling van de voorschotten op korte termijn geen sprake kan zijn en dat, gelet daarop, geen sprake is van een spoedeisend belang.

3. Dat leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 5 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.