Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:4075 ECLI:NL:RBZWB:2022:4075 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:4075 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:4075
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 21/5231 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde]), en De heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar. Procesverloop Namens belanghebbende heeft [gemachtigde] tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 oktober 2021 beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:4075 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Procesverloop Namens belanghebbende heeft [gemachtigde] tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 oktober 2021 beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Keywords

AI generated
authorization to sue renewal of authorization authorization for criminal prosecution institution called upon to act request for appointment termination of mandate

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 21/5231 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde]), en De heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar. Procesverloop Namens belanghebbende heeft [gemachtigde] tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 oktober 2021 beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [gemachtigde] heeft bij het beroepschrift een machtiging bijgevoegd. Uit de overgelegde machtiging blijkt niet dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens belanghebbende.

De overgelegde volmacht staat namelijk op naam van [naam]. De rechtbank heeft [gemachtigde] bij brief van 6 december 2021 verzocht om binnen zes weken een volmacht te overleggen. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 22 februari 2022 met een laatste termijn van twee weken. Bij aangetekende brief van 30 mei 2022 is uitgelegd dat een volmacht op naam van belanghebbende overgelegd dient te worden en is een termijn van twee weken gegeven om alsnog het verzuim te herstellen. Deze brieven bevatten de waarschuwing dat indien het verzuim niet tijdig wordt hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.

Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief van 30 mei 2022 afgeleverd op het door [gemachtigde] opgegeven adres. [gemachtigde] heeft binnen die termijn geen juiste machtiging ingediend. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.