Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:3582 ECLI:NL:RBZWB:2022:3582 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:3582 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:3582
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/2863 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juni 2022 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres, gemachtigde: mr. E.B. Doganer, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland, verweerder. Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres van 5 juli 2021 tegen de beslissing van verweerder van 25 mei 2021 tot vaststelling van het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Markt en Haven te [plaatsnaam] .

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:1 van de Awb, artikel 1:3 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:3582 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Dit staat in artikel 8:1 van de Awb. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State is de vaststelling van een (her)inrichtingsplan niet gericht op enig rechtsgevolg, waardoor het geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Het is dus niet mogelijk om tegen het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Markt en Haven te [plaatsnaam] in beroep te gaan bij de bestuursrechter.

Keywords

AI generated
artikel 8:1 van de Awb artikel 1:3 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:1 van de Awb
Dit staat in artikel 8:1 van de Awb.
artikel 1:3 van de Awb
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State is de vaststelling van een (her)inrichtingsplan niet gericht op enig rechtsgevolg, waardoor het geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/2863 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juni 2022 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres, gemachtigde: mr. E.B. Doganer, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland, verweerder. Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres van 5 juli 2021 tegen de beslissing van verweerder van 25 mei 2021 tot vaststelling van het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Markt en Haven te [plaatsnaam] .

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De rechtbank heeft het beroep op 28 juni 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens eiseres [naam vennoot] (vennoot), de gemachtigde van eiseres en namens verweerder [naam vertegenwoordiger 1] en [naam vertegenwoordiger 2] . Beoordeling door de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het zich niet richt tegen een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Dit staat in artikel 8:1 van de Awb. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State is de vaststelling van een (her)inrichtingsplan niet gericht op enig rechtsgevolg, waardoor het geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Het is dus niet mogelijk om tegen het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Markt en Haven te [plaatsnaam] in beroep te gaan bij de bestuursrechter.

Met de vaststelling van het definitief ontwerp zijn immers geen wijzigingen in de rechten en plichten van eiseres ontstaan. De tekening van het definitief ontwerp geeft geen recht om een terras te exploiteren. Dat recht ontstaat pas als een terrasvergunning is aangevraagd en verleend. De terrasvergunning heeft een eigen toetsingskader (het terrassenbeleid van de gemeente) en kan los van de aanduidingen in het definitief ontwerp verleend of geweigerd worden. Tegen de weigering van een terrasvergunning kan bezwaar en beroep worden ingesteld. Als eiseres vindt dat zij onevenredig in haar belangen wordt geschaad door de gemeentelijke plannen tot herinrichting van de Markt en de Haven, dan kan zij de kwestie bij de burgerlijke rechter aan de orde stellen.

Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.C. van Spreuwel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2022 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een brief (hogerberoepschrift) sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop het proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden. uitspraak van 13 april 2011, gepubliceerd ECLI:NL:RVS:2011:BQ1037 Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Beleidsregels terrassen gemeente Schouwen-Duiveland 2017 luidt: ‘Bij de beoordeling van een aanvraag om een vergunning voor een terras of een uitbreiding daarvan worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: a. Een terras is in beginsel slechts toegestaan voor en ter breedte van het bij de vergunninghouder in gebruik zijnde (horeca)pand.

Het terras kan zijn gescheiden van de gevel van de horeca-inrichting.’.