Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:3453 ECLI:NL:RBZWB:2022:3453 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:3453 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:3453
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/196 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2022 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [woonplaats], belanghebbende en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Belanghebbende heeft bij de inspecteur een aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 ingediend. Omdat er op 19 januari 2021 reeds een uitspraak op bezwaar is gedaan, heeft de inspecteur de aangifte aangemerkt als een beroepschrift en doorgezonden naar de rechtbank omdat de rechtbank bevoegd is het beroep te behandelen.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2022:3453 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank.

Keywords

AI generated
late payment of fees irregular postal delivery unpaid invoices action for payment payment order back payment

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/196 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2022 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [woonplaats], belanghebbende en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Belanghebbende heeft bij de inspecteur een aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 ingediend. Omdat er op 19 januari 2021 reeds een uitspraak op bezwaar is gedaan, heeft de inspecteur de aangifte aangemerkt als een beroepschrift en doorgezonden naar de rechtbank omdat de rechtbank bevoegd is het beroep te behandelen.

Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank.

Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 14 februari 2022 belanghebbende in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief afgeleverd op het door de inspecteur genoemde adres. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat belanghebbende ingeschreven staat op dat adres.

Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 24 juni 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent.

Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.