Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:3328 ECLI:NL:RBZWB:2022:3328 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:3328 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:3328
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie Breda zaaknummer 398035/ HA RK 22-118 beslissing van 17 juni 2022 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van: [verzoeker] , verder ook te noemen verzoeker, gemachtigde: [naam] , Stichting Sadakha Tilburg, gevestigd te Zeist, verder ook te noemen: gemachtigde.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2022:3328 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Wraking van “de leden van de rechtbank” behoort niet tot de mogelijkheden (vgl. Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0806). 3.3. Omdat sprake is van kennelijk niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub e van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

Keywords

AI generated
disciplinary sanction against attorney violation of procedural rules type of action disqualification of attorney severance of proceedings right to a decision

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie Breda zaaknummer 398035/ HA RK 22-118 beslissing van 17 juni 2022 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van: [verzoeker] , verder ook te noemen verzoeker, gemachtigde: [naam] , Stichting Sadakha Tilburg, gevestigd te Zeist, verder ook te noemen: gemachtigde.

1Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit: - de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier met zaaknummer BRE 21/901 PW; het wrakingsverzoek ontvangen op 30 mei 2022; de brief van de griffie van 1 juni 2022. 2Het verzoek 2.1. Het verzoek strekt tot wraking van “de leden van de rechtbank in, inzake bovenstaande procedure”. 3De ontvankelijkheid van het verzoek 3.1. Het door verzoeker gedane wrakingsverzoek is op 30 mei 2022 door de wrakingskamer ontvangen. Op 1 juni 2022 is door de griffie een brief aan gemachtigde gestuurd waarin is verzocht aan te geven tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, omdat dit niet duidelijk volgt uit het gedane wrakingsverzoek.

Gemachtigde is verzocht om binnen twee dagen na dagtekening van de brief hierop te reageren en zijn verzoek te specificeren. Van gemachtigde is geen reactie ontvangen. Het is de wrakingskamer dus niet duidelijk geworden tegen wie het wrakingsverzoek is gericht. 3.2. Gelet op het voorgaande is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Immers een wrakingsverzoek dient zich te richten tot een specifieke rechter die een zaak behandelt. Daar is in dit geval geen sprake van. De wrakingskamer overweegt dat het verzoek eraan voorbij gaat dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in de feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen.

Wraking van “de leden van de rechtbank” behoort niet tot de mogelijkheden (vgl. Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0806). 3.3. Omdat sprake is van kennelijk niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub e van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

4De beslissing

De rechtbank: verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking; bepaalt dat de behandeling van de zaak waar het wrakingsverzoek betrekking op heeft zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek. Deze beslissing is gegeven op 17 juni 2022 door mr. Peters, mr. Zander en mr. Van de Sande, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De voorzitter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.