Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:2808 ECLI:NL:RBZWB:2022:2808 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:2808 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:2808
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/3434 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 12 februari 2021 (het bestreden besluit) inzake het vaststellen van het kindgebonden budget over het jaar 2020. Dit bezwaarschrift is op 15 juni 2021 bij verweerder ontvangen. Verweerder heeft het bezwaarschrift aangemerkt als een beroepschrift tegen het bestreden besluit en dit op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar de rechtbank.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht, Artikel 8:54 van de Awb, artikel 6:7 van de Awb, artikel 6:11 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:2808 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Procesverloop Eiseres heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 12 februari 2021 (het bestreden besluit) inzake het vaststellen van het kindgebonden budget over het jaar 2020. Dit bezwaarschrift is op 15 juni 2021 bij verweerder ontvangen. Verweerder heeft het bezwaarschrift aangemerkt als een beroepschrift tegen het bestreden besluit en dit op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar de rechtbank.

Keywords

AI generated
missed deadline late notice of dismissal untimely request for extension unjustified procedural delay statutory grace period deadline for communication

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Verweerder heeft het bezwaarschrift aangemerkt als een beroepschrift tegen het bestreden besluit en dit op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar de rechtbank.
Artikel 8:54 van de Awb
Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk.
artikel 6:7 van de Awb
Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken.
artikel 6:11 van de Awb
Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/3434 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 12 februari 2021 (het bestreden besluit) inzake het vaststellen van het kindgebonden budget over het jaar 2020. Dit bezwaarschrift is op 15 juni 2021 bij verweerder ontvangen. Verweerder heeft het bezwaarschrift aangemerkt als een beroepschrift tegen het bestreden besluit en dit op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroepschrift op 6 augustus 2021 ontvangen. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Vast staat dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 12 februari 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 26 maart 2021.

Het beroepschrift is op 15 juni 2021 bij verweerder ontvangen. Dat is na afloop van de beroepstermijn. De griffier heeft eiseres bij brief van 18 augustus 2021 erop gewezen dat het beroep niet binnen de in de Awb bepaalde termijn is ingesteld en heeft daarbij de gelegenheid geboden de reden van de termijnoverschrijding toe te lichten. Bij aangetekende brief van 3 december 2021 is eiseres medegedeeld dat op het eerdere verzoek geen reactie is ontvangen. Eiseres is vervolgens verzocht om binnen vier weken na verzending van deze brief alsnog een schriftelijke reactie toe te sturen.

Eiseres is er in deze brief op gewezen dat indien er van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Eiseres heeft geen reden gegeven voor deze termijnoverschrijding. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 20 mei 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.