Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:261 ECLI:NL:RBZWB:2022:261 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:261 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:261
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 21/5316 uitspraak van 25 januari 2022 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] Y.1.95001 en de bij beschikking opgelegde boete.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:261 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] Y.1.95001 en de bij beschikking opgelegde boete.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 Awb
De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 21/5316 uitspraak van 25 januari 2022 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] Y.1.95001 en de bij beschikking opgelegde boete.

Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 49,00. De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 9 december 2021 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen twee weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen.

Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 2Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 25 januari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb).

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.