ECLI:NL:RBZWB:2021:982 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 20/9398, 20/9399, 20/9401, 20/9403 en 20/9405 uitspraak van 4 maart 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen diverse besluiten van het college inzake zijn aanspraken op een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet. Het gaat om twee besluiten van 25 augustus 2020 en drie besluiten van 29 september 2020, Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBZWB:2021:982 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen diverse besluiten van het college inzake zijn aanspraken op een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet. Het gaat om twee besluiten van 25 augustus 2020 en drie besluiten van 29 september 2020, Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 20/9398, 20/9399, 20/9401, 20/9403 en 20/9405 uitspraak van 4 maart 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen diverse besluiten van het college inzake zijn aanspraken op een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet. Het gaat om twee besluiten van 25 augustus 2020 en drie besluiten van 29 september 2020, Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen 1. In artikel 8:41, eerste lid, van de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Eiser is schriftelijk gewezen op deze verplichting. Eiser heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan. De rechtbank heeft eiser verzocht om een onderbouwing te geven van zijn stelling dat hij het griffierecht niet kan betalen. Eiser heeft een formulier ondertekend, maar geen stukken overgelegd. De rechtbank heeft het verzoek op betalingsonmacht afgewezen. Er is een nieuwe nota voor betaling van het griffierecht aan eiser gestuurd. Eiser is erop gewezen dat als hij niet tijdig betaald, het beroepschrift niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
2. De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. De beroepen zijn dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 4 maart 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen. rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.