ECLI:NL:RBZWB:2021:5083 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/7573 WAO uitspraak van 28 september 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres, gemachtigde: mr. M.A. van der Heijden, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Op 24 augustus 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. Overwegingen Gebleken is dat in het dictum van genoemde uitspraak een onjuistheid is vermeld. Het betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBZWB:2021:5083 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: M.A. van der Heijden, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Op 24 augustus 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. Overwegingen Gebleken is dat in het dictum van genoemde uitspraak een onjuistheid is vermeld. Het betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/7573 WAO uitspraak van 28 september 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres, gemachtigde: mr. M.A. van der Heijden, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Op 24 augustus 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. Overwegingen Gebleken is dat in het dictum van genoemde uitspraak een onjuistheid is vermeld. Het betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen. De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding vast op € 1.816,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, met een waarde per punt van € 534,-, en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: - herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 24 augustus 2021 en stelt de hoogte van de proceskostenvergoeding vast op € 1.816,-; - laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier, op 28 september 2021en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak mede te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: