Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2021:4976 ECLI:NL:RBZWB:2021:4976 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2021:4976 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2021:4976
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 21/1396 en 21/1397 uitspraak van 5 oktober 2021 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar. 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van de panden [adres] te ( [postcode] ) [plaats] met aanslagnummer [aanslagnummer] .

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 Awb; ECLI:NL:RBZWB:2021:4976 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van de panden [adres] te ( [postcode] ) [plaats] met aanslagnummer [aanslagnummer] .

Keywords

AI generated
industrial plot industrial and commercial zone placement of a child industrial policy child labour zoning restrictions

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 Awb
De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 21/1396 en 21/1397 uitspraak van 5 oktober 2021 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar. 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van de panden [adres] te ( [postcode] ) [plaats] met aanslagnummer [aanslagnummer] .

Hiervoor is belanghebbende eenmaal griffierecht verschuldigd van € 49,00. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd. De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 26 april 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. Bij brief van 4 mei 2021 heeft belanghebbende gemeld niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen wegens betalingsonmacht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen. Belanghebbende heeft bij brief van 2 juni 2021 informatie verstrekt.

De griffier heeft vervolgens het beroep op betalingsonmacht afgewezen. De griffier heeft de gemachtigde in een aangetekende brief van 5 juli 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgehaald op een afhaallocatie van PostNL. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening.

Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgehaald op een afhaallocatie van PostNL. Bij brieven van 9 juni 2021 en 19 juli 2021 heeft belanghebbende nogmaals een beroep gedaan op betalingsonmacht. Deze herhaalde verzoeken zijn niet in behandeling genomen. In de brief van 5 juli 2021 is aangegeven dat als een eerder beroep op betalingsonmacht in deze zaak is afgewezen, hierop niet nogmaals een beroep kan worden gedaan Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 2Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 5 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.