Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2021:41 ECLI:NL:RBZWB:2021:41 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2021:41 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2021:41
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/10181 PW VV uitspraak van 5 januari 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in verband met een besluit van het college van 2 december 2020 over zijn recht op een uitkering op grond van de Participatiewet. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen 1. In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld of, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt. Ook is bepaald dat bij de indiening van het verzoek een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift dient te worden overgelegd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2021:41 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Uit het verzoekschrift blijkt niet dat verzoeker bezwaar heeft gemaakt. In een brief van 18 december 2020 heeft de griffier hem verzocht om binnen zeven dagen na heden een kopie van het bezwaarschrift te doen toekomen. Daarbij is meegedeeld dat bij het uitblijven van een tijdige reactie het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

Keywords

AI generated
insufficiently substantiated grievance statement of claim timeliness of filing untimely request for extension insufficiently substantiated submissions time limits for seeking redress

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Awb
In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld of, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/10181 PW VV uitspraak van 5 januari 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in verband met een besluit van het college van 2 december 2020 over zijn recht op een uitkering op grond van de Participatiewet. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen 1. In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld of, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt. Ook is bepaald dat bij de indiening van het verzoek een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift dient te worden overgelegd.

2. Uit het verzoekschrift blijkt niet dat verzoeker bezwaar heeft gemaakt. In een brief van 18 december 2020 heeft de griffier hem verzocht om binnen zeven dagen na heden een kopie van het bezwaarschrift te doen toekomen. Daarbij is meegedeeld dat bij het uitblijven van een tijdige reactie het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

3. Op de brief van de griffier is op de rechtbank geen reactie ontvangen.

4. Omdat niet is gebleken dat het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend in het kader van een bezwaar- of beroepsprocedure moet het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat betekent dat het niet inhoudelijk wordt behandeld Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 5 januari 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.