Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2020:5526 ECLI:NL:RBZWB:2020:5526 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:5526 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2020:5526
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 19/4048 WIA uitspraak van 6 november 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, gemachtigde: mr. A. Boesjes, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 juli 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake de toekenning van een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:5526 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Bij besluit van 30 september 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd, in die zin dat verzoeker per 10 januari 2019 voor 80-100 % arbeidsongeschikt wordt beschouwd. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Op 7 oktober 2020 heeft het UWV de rechtbank laten weten bereid te zijn om de proceskosten en het griffiegeld te vergoeden. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Keywords

AI generated
access to a profession exclusion from public-sector employment work subject to authorization admission to health insurance practice retroactive building permit building permit approval
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 19/4048 WIA uitspraak van 6 november 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, gemachtigde: mr. A. Boesjes, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 juli 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake de toekenning van een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

Bij besluit van 30 september 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd, in die zin dat verzoeker per 10 januari 2019 voor 80-100 % arbeidsongeschikt wordt beschouwd. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Op 7 oktober 2020 heeft het UWV de rechtbank laten weten bereid te zijn om de proceskosten en het griffiegeld te vergoeden. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten, wanneer het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen.

2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 30 september 2020 dat het UWV aan verzoeker tegemoet is gekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Die kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1).

3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 47,- aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is. Beslissing De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier, op 6 november 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier* rechter * De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mee te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: Als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.