Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2020:4347 ECLI:NL:RBZWB:2020:4347 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:4347 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2020:4347
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:4347 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Belanghebbende stelt dat hij het beroepschrift op 10 mei 2019 heeft gepost en daarmee binnen zes weken in beroep is gegaan en de beroepstermijn niet heeft overschreden. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat beroep niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het beroep niet tijdig is ingesteld. Volgens de heffingsambtenaar ligt de bewijslast bij belanghebbende. 2.3. De rechtbank overweegt de laatste dag om het beroepschrift ter post te bezorgen vrijdag 10 mei 2019 was. De poststempel op het beroepschrift is van 13 mei 2019 en het beroepschrift is op 14 mei 2019 bij de rechtbank bezorgd.

Keywords

AI generated
derogation in time of emergency unconstitutional emergency ordinance extension of therapeutic measures compulsory medical treatment rule under emergency powers extraordinary moratorium

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 19/2248 uitspraak van 19 juni 2020 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende] , wonende te [plaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats], de heffingsambtenaar. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van de heffingsambtenaar van 29 maart 2019 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting (aanslagnummer [aanslagnummer] ).

Zitting De telefonische hoorzitting heeft plaatsgevonden op 4 juni 2020. Aldaar zijn gehoord, belanghebbende en namens de heffingsambtenaar [heffingsambtenaar] . 1Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. 2Gronden 2.1. Niet in geschil is dat de uitspraak op bezwaar is gedagtekend en verzonden op 29 maart 2019. De beroepstermijn is daarmee aangevangen op 30 maart 2019 en geëindigd op 10 mei 2019. Het beroepschrift is door de rechtbank ontvangen op 14 mei 2019, zodat het beroepschrift niet binnen de beroepstermijn is ontvangen. 2.2.

Belanghebbende stelt dat hij het beroepschrift op 10 mei 2019 heeft gepost en daarmee binnen zes weken in beroep is gegaan en de beroepstermijn niet heeft overschreden. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat beroep niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het beroep niet tijdig is ingesteld. Volgens de heffingsambtenaar ligt de bewijslast bij belanghebbende. 2.3. De rechtbank overweegt de laatste dag om het beroepschrift ter post te bezorgen vrijdag 10 mei 2019 was. De poststempel op het beroepschrift is van 13 mei 2019 en het beroepschrift is op 14 mei 2019 bij de rechtbank bezorgd.

Gelet op de stempel kan de ter post bezorging op vrijdag 10 mei 2019 ná de buslichting zijn geschied, maar het beroepschrift kan ook zaterdag, zondag of maandag ter post zijn bezorgd. Het uitgangspunt in de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechters is dat de terpostbezorging heeft plaatsgevonden op de dag van de afstempeling (ECLI:NL:HR:2011:BP2138). In dit geval dus 13 mei 2019. Afwijken van dit uitgangspunt kan, maar de bewijslast hiervoor ligt bij belanghebbende. In het onderhavige geval heeft belanghebbende niet aangetoond dat hij daadwerkelijk het beroepschrift op 10 mei 2019 ter post heeft bezorgd.

De enkele stelling dat hij dit heeft gedaan is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. 2.4 Gelet op het vorenstaande is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. 2.5 De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M. Zandbergen, griffier op 19 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl griffier, rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.