Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2020:2740 ECLI:NL:RBZWB:2020:2740 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:2740 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2020:2740
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie: Breda Procedurenummer: 02/373510 HA RK 20-125 Beslissing van 26 juni 2020 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. 1Procesverloop Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit: het verzoek tot wraking van 17 juni 2020; de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:2740 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: 1Procesverloop Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit: het verzoek tot wraking van 17 juni 2020; de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak.

Keywords

AI generated
withdrawal of legal petition counterclaim action challenging schedule of claims group request standing to appeal prior administrative complaint

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie: Breda Procedurenummer: 02/373510 HA RK 20-125 Beslissing van 26 juni 2020 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker. 1Procesverloop Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit: het verzoek tot wraking van 17 juni 2020; de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak.

2Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van alle rol-/kantonrechters (hierna: de kantonrechters) die optreden in de zaak met zaaknummer 8170224 CV EXPL 19-6993 (hierna: de hoofdzaak) op de gronden die verzoeker heeft uiteengezet in zijn wrakingsverzoek. 3De ontvankelijkheid van het verzoek 3.1. De wrakingskamer stelt voorop dat verzoeker in de hoofdzaak reeds eerder een verzoek tot wraking heeft gedaan, op welk verzoek is beslist op 10 maart 2020, gepubliceerd op rechtspaak.nl onder ECLI:NL:RBZWB:2020:1226. Ook in die zaak had verzoeker alle rolrechters gewraakt die bij de hoofdzaak betrokken zijn.

Daarop heeft de griffier aan verzoeker gevraagd om zijn verzoek te preciseren. Van verzoeker is geen reactie ontvangen. Daarop heeft de wrakingskamer het verzoek, zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard. 3.2. Omdat verzoeker niet heeft gereageerd op de in 3.1 bedoelde brief van de griffier, is in de onderhavige zaak geen vergelijkbare brief aan verzoeker gestuurd. 3.3. Het onderhavige verzoek heeft eveneens betrekking op alle rol-/kantonrechters die optreden in de hoofdzaak. De wrakingskamer overweegt dat het verzoek eraan voorbij gaat dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in de feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen.

Wraking van alle rol-/kantonrechters van de rechtbank behoort niet tot de mogelijkheden (vgl. Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0806). Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk, zodat een zitting niet nodig is. 3.4. Omdat dit de tweede keer is dat verzoeker alle rol-/kantonrechters in de hoofdzaak wraakt, ziet de wrakingskamer aanleiding om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak tegen alle rol-/kantonrechters niet meer in behandeling zal worden genomen. Met een dergelijk verzoek maakt verzoeker immers misbruik van het middel van wraking. 4Beslissing De rechtbank: verklaart het verzoek niet-ontvankelijk; bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer 8170224 CV EXPL 19-6993 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek; bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van alle rol-/kantonrechters in die zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven op 26 juni 2020, door mr. Peters, voorzitter, mr. Van de Sande en mr. Stassen, leden van de wrakingskamer, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Van Wijk, griffier. De griffier, De voorzitter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.