Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2020:2693 ECLI:NL:RBZWB:2020:2693 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:2693 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2020:2693
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/5170 WVW uitspraak van 19 juni 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], te [plaatsnaam], eiseres, en De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder. Procesverloop Eiseres heeft in een ongedateerde brief (ingekomen bij de griffie op 4 maart 2020) beroep ingesteld tegen het besluit van 12 februari 2020 (bestreden besluit) van het CBR inzake de ongeldigverklaring van haar rijbewijs. Overwegingen 1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:2693 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het gestelde in de artikelen 8:41, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.F.E.M. Mes, griffier, op 19 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen. rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.

Keywords

AI generated
deadline for payment restoration of deadline unpaid debt back payment satisfaction of claim non-renewal of contract
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/5170 WVW uitspraak van 19 juni 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], te [plaatsnaam], eiseres, en De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder. Procesverloop Eiseres heeft in een ongedateerde brief (ingekomen bij de griffie op 4 maart 2020) beroep ingesteld tegen het besluit van 12 februari 2020 (bestreden besluit) van het CBR inzake de ongeldigverklaring van haar rijbewijs. Overwegingen 1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht.

Eiseres is schriftelijk gewezen op deze verplichting. Bij aangetekende brief van 8 april 2020 is eiseres medegedeeld dat op het eerdere verzoek om betaling van het griffierecht geen betaling is ontvangen. Eiseres is voorts medegedeeld dat het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief dient te zijn overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Eiseres is er in deze brief op gewezen dat zij bij niet tijdige betaling het risico loopt dat het beroepschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard.

2. De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.

3. Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het gestelde in de artikelen 8:41, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.F.E.M. Mes, griffier, op 19 juni 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen. rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.