Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2020:1968 ECLI:NL:RBZWB:2020:1968 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2020:1968 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2020:1968
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/5839 WAJONG VV uitspraak van 22 april 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster, gemachtigde: mr. E.H.J. aan de Stegge, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening aan haar, ten laste van het UWV, een bedrag toe te kennen in verband met het door haar gestelde recht op een Wajong-uitkering.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2020:1968 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen 1. In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
requirement of building permit servitude not to build building police regulations stay of building permit absence of municipal obligation planning permission variance

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Awb
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/5839 WAJONG VV uitspraak van 22 april 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster, gemachtigde: mr. E.H.J. aan de Stegge, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening aan haar, ten laste van het UWV, een bedrag toe te kennen in verband met het door haar gestelde recht op een Wajong-uitkering.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen 1. In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. De voorzieningenrechter overweegt dat, wil sprake zijn van een ontvankelijk verzoek om voorlopige voorziening, in ieder geval voldaan moet zijn aan het vereiste van formele connexiteit: er moet bezwaar zijn ingediend of beroep zijn ingesteld.

3. De griffier heeft verzoeksters gemachtigde gevraagd om (1) toezending van het besluit waar verzoekster het niet mee eens is en (2) van het tegen dat besluit gerichte bezwaar- of beroepschrift. Uit de reactie van gemachtigde blijkt dat het verzoek wordt ingediend in verband met een beroepsprocedure tegen een besluit van het UWV van 26 januari 2018. Dat besluit is gewijzigd bij besluit van 28 september 2018 en het beroep is ingetrokken in een brief van 28 november 2018.

4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit de door verzoeksters gemachtigde verstrekte inlichtingen dat het verzoek niet is ingediend in het kader van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure. Dat betekent dat niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Het verzoek zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Oudkerk, griffier, op 22 april 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter De griffier is buiten staat om deze uitspraak mee te ondertekenen Afschrift verzonden aan partijen op: Als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.