ECLI:NL:RBZWB:2020:1316 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 19/5607, 19/5608 en 19/5609 uitspraak van 18 maart 2020 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats], belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].Y.9, [aanslagnummer].Y.8.4 en [aanslagnummer].Y.8.3 en de bij beschikkingen opgelegde boetes.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 Awb; ECLI:NL:RBZWB:2020:1316 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].Y.9, [aanslagnummer].Y.8.4 en [aanslagnummer].Y.8.3 en de bij beschikkingen opgelegde boetes.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 19/5607, 19/5608 en 19/5609 uitspraak van 18 maart 2020 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats], belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. 1Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].Y.9, [aanslagnummer].Y.8.4 en [aanslagnummer].Y.8.3 en de bij beschikkingen opgelegde boetes.
Hiervoor is belanghebbende eenmaal griffierecht verschuldigd van € 47,00. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd. De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 23 december 2019 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 2Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R.T. Pauwels, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. de Leeuw van Weenen, griffier, op 18 maart 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona-virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting maar wordt deze uitspraak gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter, (De griffier is verhinderd (Was getekend) de uitspraak te ondertekenen) mr. L.M. de Leeuw van Weenen mr. M.R.T. Pauwels Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.