Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2018:6141 ECLI:NL:RBZWB:2018:6141 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2018:6141 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2018:6141
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken [woonplaats] zaak/rolnr.: 7300798 VV EXPL 18-67 vonnis in kort geding d.d. 26 oktober 2018 inzake [eiser] , wonende te [woonplaats] , gemachtigde: mr. P.C. Schouten, advocaat te Breda, tegen de stichting Stichting Stadlander, gevestigd en kantoorhoudende te (4624 DE) Bergen op Zoom, Rooseveltlaan 150, gedaagde, verschenen bij: de heer [medewerker] en mevrouw [medewerkster] . Partijen zullen hierna “ [eiser] .” en “Stadlander” worden genoemd. 1Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 25 oktober 2018 met producties; de bij faxbericht van 25 oktober 2018 door de gemachtigde van [eiser] toegezonden aanvullende productie. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2018.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2018:6141 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Ter zitting waren aanwezig [eiser] in persoon, bijgestaan door mr. C.G. Matze als waarnemer voor mr. Schouten voornoemd, alsmede namens Stadlander, de heer [medewerker] (relatiemanager) en mevrouw [medewerkster] (juridisch medewerker) voornoemd. Stadlander heeft ter gelegenheid van de zitting haar pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. 1.3 Ten slotte is in verband met het spoedeisend karakter van de zaak vonnis bepaald op heden. De feiten, de vordering en de beoordeling waarop de beslissing in het vonnis steunt, worden op een latere datum vastgelegd.

Keywords

AI generated
tenant payment default unpaid security deposit right of repossession replacement tenant landlord maintenance arrears
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken [woonplaats] zaak/rolnr.: 7300798 VV EXPL 18-67 vonnis in kort geding d.d. 26 oktober 2018 inzake [eiser] , wonende te [woonplaats] , gemachtigde: mr. P.C. Schouten, advocaat te Breda, tegen de stichting Stichting Stadlander, gevestigd en kantoorhoudende te (4624 DE) Bergen op Zoom, Rooseveltlaan 150, gedaagde, verschenen bij: de heer [medewerker] en mevrouw [medewerkster] . Partijen zullen hierna “ [eiser] .” en “Stadlander” worden genoemd. 1Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 25 oktober 2018 met producties; de bij faxbericht van 25 oktober 2018 door de gemachtigde van [eiser] toegezonden aanvullende productie. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2018.

Ter zitting waren aanwezig [eiser] in persoon, bijgestaan door mr. C.G. Matze als waarnemer voor mr. Schouten voornoemd, alsmede namens Stadlander, de heer [medewerker] (relatiemanager) en mevrouw [medewerkster] (juridisch medewerker) voornoemd. Stadlander heeft ter gelegenheid van de zitting haar pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. 1.3 Ten slotte is in verband met het spoedeisend karakter van de zaak vonnis bepaald op heden. De feiten, de vordering en de beoordeling waarop de beslissing in het vonnis steunt, worden op een latere datum vastgelegd.

2De beslissing

De kantonrechter: 2.1 veroordeelt Stadlander [eiser] onverwijld zijn eigen woning aan de [adres] weer ter beschikking te stellen en er eveneens onverwijld voor zorg te dragen dat de eigendommen van [eiser] die uit de woning zijn verwijderd aan hem worden teruggegeven; 2.2 veroordeelt Stadlander om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.840,00 wegens voorschot op de door hem geleden vermogensschade; 2.3 veroordeelt Stadlander tot betaling van een dwangsom aan [eiser] van € 150,00 per dag met een maximum van € 10.000,00 voor iedere dag dat Stadlander in strijd handelt met de hiervoor genoemde veroordelingen; 2.4 veroordeelt Stadlander in de proceskosten van [eiser] tot op heden begroot op € 582,81, daarin begrepen een bedrag van € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde van [eiser] ; 2.5 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 2.6 wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. H.K.N. Vos en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2018. [x]