Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2018:4476 ECLI:NL:RBZWB:2018:4476 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2018:4476 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2018:4476
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 345220 HA RK 18-107 beslissing van 5 juni 2018 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 21 mei 2018 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van [naam gewraakte rechter] , kantonrechter bij deze rechtbank en belast geweest met de behandeling van het verzoek ex artikel 4:201 lid 2 BW van [verzoeker] qq, procedurenummer [procedurenummer] De ontvankelijkheid van het verzoek In genoemde procedure heeft de hiervoor genoemde kantonrechter op 6 april 2018 een eindbeschikking gegeven.

Legislator headnote

AI generated

artikel 4:201 lid 2 BW; ECLI:NL:RBZWB:2018:4476 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De procedure Dit blijkt uit het op 21 mei 2018 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van [naam gewraakte rechter] , kantonrechter bij deze rechtbank en belast geweest met de behandeling van het verzoek ex artikel 4:201 lid 2 BW van [verzoeker] qq, procedurenummer [procedurenummer] De ontvankelijkheid van het verzoek In genoemde procedure heeft de hiervoor genoemde kantonrechter op 6 april 2018 een eindbeschikking gegeven.

Keywords

AI generated
artikel 4:201 lid 2 BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 4:201 lid 2 BW

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 345220 HA RK 18-107 beslissing van 5 juni 2018 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 21 mei 2018 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van [naam gewraakte rechter] , kantonrechter bij deze rechtbank en belast geweest met de behandeling van het verzoek ex artikel 4:201 lid 2 BW van [verzoeker] qq, procedurenummer [procedurenummer] De ontvankelijkheid van het verzoek In genoemde procedure heeft de hiervoor genoemde kantonrechter op 6 april 2018 een eindbeschikking gegeven.

Verzoeker, die in die procedure belanghebbende was, heeft nadien, op 21 mei 2018, zijn wrakingsverzoek ingediend. Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoeker daarin niet kan worden ontvangen. De wetgever heeft immers niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het geven van een eindbeslissing. Met die beslissing heeft immers iedere verdere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden. Op grond van deze (kennelijke) niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4.3. van het wrakings- en verschoningsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl/rechtbank Zeeland-West-Brabant/regels en procedures), een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven. 345220 HA RK 18-107 pagina 2 Beslissing De rechtbank: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven op 5 juni 2018 door mrs. Poerink, van Kralingen en de Roos, in tegenwoordigheid van de Jong, griffier, en in het openbaar uitgesproken. --