ECLI:NL:RBZWB:2018:3243 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedbeslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kabinet rechter-commissaris Locatie Breda re-nummer : 18/600 parketnummer : 02/810536-18 Beslissing bezwaarschrift inzake verdachte naam voornamen geboren op woonplaats adres : [verdachte] : [verdachte] : [geboortedag] 1979 : [woonplaats] : [adres] Procesgang De officier van justitie heeft per e-mail van 9 april 2018 aan de raadsman van verdachte, mr. C.D.W. Herrings medegedeeld dat hem van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen·afschrift wordt verstrekt. Hiertegen heeft de raadsman van verdachte op 10 april 2018 een bezwaarschrift ingediend.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBZWB:2018:3243 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Op 12 april 2018 heeft de officier van justitie, mr. J. Zondervan, per e-mail zijn reactie op het bezwaarschrift kenbaar gemaakt. Beoordeling In artikel 30, eerste lid, Sv is bepaald dat de kennisneming van bepaalde processtukken de verdachte in elk geval wordt toegestaan vanaf zijn eerste verhoor na aanhouding. Dat verhoor vindt plaats op 13 april 2018. Onthouding op dit moment is derhalve allereerst hiermee niet in strijd. Voorts kan, op grond van artikel 30, derde lid Sv de officier van justitie aan de verdachte kennisneming van bepaalde processtukken onthouden.
Full text
beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kabinet rechter-commissaris Locatie Breda re-nummer : 18/600 parketnummer : 02/810536-18 Beslissing bezwaarschrift inzake verdachte naam voornamen geboren op woonplaats adres : [verdachte] : [verdachte] : [geboortedag] 1979 : [woonplaats] : [adres] Procesgang De officier van justitie heeft per e-mail van 9 april 2018 aan de raadsman van verdachte, mr. C.D.W. Herrings medegedeeld dat hem van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen·afschrift wordt verstrekt. Hiertegen heeft de raadsman van verdachte op 10 april 2018 een bezwaarschrift ingediend.
Op 12 april 2018 heeft de officier van justitie, mr. J. Zondervan, per e-mail zijn reactie op het bezwaarschrift kenbaar gemaakt. Beoordeling In artikel 30, eerste lid, Sv is bepaald dat de kennisneming van bepaalde processtukken de verdachte in elk geval wordt toegestaan vanaf zijn eerste verhoor na aanhouding. Dat verhoor vindt plaats op 13 april 2018. Onthouding op dit moment is derhalve allereerst hiermee niet in strijd. Voorts kan, op grond van artikel 30, derde lid Sv de officier van justitie aan de verdachte kennisneming van bepaalde processtukken onthouden.
Het doel van deze bepaling is de bescherming van de waarheidsvinding. De officier van justitie heeft in dit geval aangegeven bezwaar te hebben tegen verstrekking van de stukken (kennelijk wordt bedoeld de aangifte) voorafgaand aan het verhoor van verdachte, omdat hij wil dat verdachte verklaart uit wat hij zich herinnert. De rechter-commissaris ziet daarin een onderz(!eksbelang, en is van oordeel dat onthouding van de aangifte op dit moment is gerechtvaardigd. Daarbij is mede van belang dat verdachte kennelijk reeds op de hoogte is van de verdenking, eenvoudige mishandeling.
Het belang van verdachte, een behoorlijke verdediging, is derhalve voldoende gediend. Vervolgblad inzake: [verdachte] RC-nr: 18/600, parketnr: 02/810536-18 blad 2 Beslissing De rechter-commissaris verklaart het bezwaarschrift ongegrond. Deze beslissing is gegeven te Breda d.d. 12 april 2018 door mr. I.M.A Hinfelaar.