Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2018:1802 ECLI:NL:RBZWB:2018:1802 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2018:1802 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2018:1802
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 18/335 WABOM en BRE 18/343 WABOM proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 9 maart 2018 van de meervoudige kamer in de zaken tussen [naam eiser1] en [naam eiser2] , te [plaats1] , eisers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, verweerder, gemachtigde: mr. J.A.M. van der Velden. Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam derde partij] , te [plaats2] , gemachtigde: mr. E. Broeren. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 31 oktober 2017 (bestreden besluit) van het college inzake het verlenen van een omgevingsvergunning tweede fase aan [naam derde partij] voor het bouwen van een biomineralenfabriek (activiteit ‘bouwen’) aan de [naam locatie1] .

Legislator headnote

AI generated

Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 3:15 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2018:1802 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Overwegingen 1. Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

Keywords

AI generated
phased planning retroactive building permit servitude not to build building plan building permit approval readiness for construction

Cited Legislation

AI generated
Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 3:15 van de Awb
Daarover kunnen belanghebbenden dan op grond van artikel 3:15 van de Awb hun zienswijze naar voren brengen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 18/335 WABOM en BRE 18/343 WABOM proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 9 maart 2018 van de meervoudige kamer in de zaken tussen [naam eiser1] en [naam eiser2] , te [plaats1] , eisers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, verweerder, gemachtigde: mr. J.A.M. van der Velden. Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam derde partij] , te [plaats2] , gemachtigde: mr. E. Broeren. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 31 oktober 2017 (bestreden besluit) van het college inzake het verlenen van een omgevingsvergunning tweede fase aan [naam derde partij] voor het bouwen van een biomineralenfabriek (activiteit ‘bouwen’) aan de [naam locatie1] .

De rechtbank heeft besloten om deze zaken gelijktijdig te behandelen met 13 samenhangede beroepszaken. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 9 maart 2018. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door [naam eiser1] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, B.W. Hoekstra en J.C. Vergouwen. [naam derde partij] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en ir. drs. L.W. Burghout, alsmede door ing. R.J.M.B. Derks (ZLTO) en ir. F.B.H. de Bree (Buro Blauw). Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen 1. Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

2. Vast staat dat het bestreden besluit is voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb. Dat betekent dat het bestuursorgaan, voordat het op een aanvraag beslist, een ontwerpbesluit bekendmaakt. Daarover kunnen belanghebbenden dan op grond van artikel 3:15 van de Awb hun zienswijze naar voren brengen. De rechtbank heeft op basis van de stukken vastgesteld, en zo is ter zitting ook bevestigd, dat eisers geen zienswijze naar voren hebben gebracht over de ontwerp-omgevingsvergunning tweede fase. Eisers hebben alleen hun zienswijze ingebracht met betrekking tot de eerste fase. Eisers hebben daarvoor geen goede redenen gegeven. Derhalve valt niet in te zien dat hen geen verwijt kan worden gemaakt. Dat betekent dat voor eisers ten aanzien van de omgevingsvergunning tweede fase geen beroep bij de bestuursrechter openstaat.

3. Op basis van het voorgaande moeten de beroepen van eisers niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, voorzitter, en mr. R.P. Broeders en mr. M. Maas-Cooymans, leden, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk en N.A. D’Hoore griffiers. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2018. De voorzitter is buiten staat om de uitspraak te ondertekenen. De uitspraak wordt daarom ondertekend door mr. Broeders. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.