Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2018:1655 ECLI:NL:RBZWB:2018:1655 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2018:1655 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2018:1655
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Middelburg zaak/rolnr.: 6471449 / 17-4924 vonnis d.d. 14 maart 2018 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS I B.V., gevestigd te Maastricht, eiseres, gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, procederend in persoon.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2018:1655 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: 14 maart 2018 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS I B.V., gevestigd te Maastricht, eiseres, gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, procederend in persoon.

Keywords

AI generated
parking violation right-of-way violation vexatious litigation parking space replacement fee action for payment parking fee
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Middelburg zaak/rolnr.: 6471449 / 17-4924 vonnis d.d. 14 maart 2018 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS I B.V., gevestigd te Maastricht, eiseres, gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, procederend in persoon.

1Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. de dagvaarding van 7 november 2017 met producties; b. de conclusie van antwoord; c. de conclusie van repliek met producties. 2Het geschil en de beoordeling 2.1 Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, kosten rechtens. 2.2 Gedaagde heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd. 2.3 Eiseres heeft de vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van gedaagde op die vordering gemotiveerd weersproken. 2.4 Van de vervolgens geboden gelegenheid hierop nogmaals een reactie te geven heeft gedaagde geen gebruik gemaakt. 2.5 Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van eiseres het verweer van gedaagde voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen, zal de vordering worden toegewezen. 2.6 De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 3 januari 2017, behoudens de over de buitengerechtelijke kosten gevorderde rente.

Die zal worden toegewezen vanaf 7 november 2017. 2.7 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

3De beslissing

De kantonrechter: veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 350,70 vermeerderd met de wettelijke rente over € 318,00 vanaf 3 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en over € 47,70 vanaf 7 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 320,51, daarin begrepen een bedrag van € 120,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2018. (mdk)