Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2017:3504 ECLI:NL:RBZWB:2017:3504 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2017:3504 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2017:3504
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 02/331184 HA RK 17-115 beslissing van 6 juni 2017 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van: [Verzoeker] , wonende te [plaatsnaam A] verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 29 mei 2017 ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van de rechtbank Breda, naar de wrakingskamer begrijpt wordt bedoeld: de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De ontvankelijkheid van het verzoek Het wrakingsverzoek is ingediend ter zake van de bij de rechtbank dienende gezag- en omgangsprocedure met zaaknummer [procedurenummer] , in welke procedure verzoeker belanghebbende is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBZWB:2017:3504 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De procedure Dit blijkt uit het op 29 mei 2017 ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van de rechtbank Breda, naar de wrakingskamer begrijpt wordt bedoeld: de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De ontvankelijkheid van het verzoek Het wrakingsverzoek is ingediend ter zake van de bij de rechtbank dienende gezag- en omgangsprocedure met zaaknummer [procedurenummer] , in welke procedure verzoeker belanghebbende is.

Keywords

AI generated
partial claim party to proceedings parity of the parties right to be heard unproven judicial bias collective redress

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
Ingevolge het bepaalde in artikel 36 Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 02/331184 HA RK 17-115 beslissing van 6 juni 2017 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van: [Verzoeker] , wonende te [plaatsnaam A] verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 29 mei 2017 ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van de rechtbank Breda, naar de wrakingskamer begrijpt wordt bedoeld: de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De ontvankelijkheid van het verzoek Het wrakingsverzoek is ingediend ter zake van de bij de rechtbank dienende gezag- en omgangsprocedure met zaaknummer [procedurenummer] , in welke procedure verzoeker belanghebbende is.

In zijn wrakingsverzoek wraakt verzoeker de (gehele) rechtbank, waartoe hij aanvoert dat de rechtbank weigert een onderzoek in te stellen naar bedreiging en intimidatie door de advocaat van de wederpartij. Verzoeker beroept zich in dat kader op rechtsongelijkheid en obstructie. Daarnaast beroept verzoeker zich op de naar zijn opvatting vérgaande rechterlijke verantwoordelijkheid bij bevordering van een omgangsregeling. Ingevolge het bepaalde in artikel 36 Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld, die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen geïndividualiseerde rechters. De wet biedt niet de mogelijkheid van wraking van een rechtscollege in haar geheel, zoals door verzoeker wordt verzocht. Dit betekent dat verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek kan worden ontvangen. Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4.3. van het wrakings- en verschoningsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl/rechtbank Zeeland-West-Brabant/regels en procedures), een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven.

Beslissing De rechtbank: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven op 6 juni 2017 door mrs. Poerink, Breeman en De Roos, in tegenwoordigheid van De Jong, griffier, en in het openbaar uitgesproken. --