Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2016:4846 ECLI:NL:RBZWB:2016:4846 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2016:4846 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2016:4846
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2016:4846 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De inspecteur heeft dat gemotiveerd betwist onder verwijzing naar de VAR-verklaring en het internetprofiel van de gemachtigde. 2.7. Er is sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, indien het verlenen van rechtsbijstand een vast bestanddeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening (ABRvS 8 maart 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV3879, CRvB 14 november 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AN9334). Daarvoor is voldoende dat niet slechts incidenteel rechtshulp wordt verleend en voor die rechtshulp enigerlei vergoeding in rekening wordt gebracht (CRvB 28 februari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV3971).

Keywords

AI generated
party costs of attorney professional expenses legal representation costs proof of legal aid legal expenses insurance appointed counsel fees

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2014:3191
14 november 2014 nr. 14/00760 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam te Amsterdam (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 31 december 2013, nr. BK‑13/00127, op het hoger beroep van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem (nr. AWB 12/7557) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Amsterdam voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] (hierna: de onroerende zaak) te Z. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:RVS:2006:AV3879
Procesverloop Bij besluit van 15 november 2000 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (hierna: het college) een verzoek van appellante om toezending van een raadkamerverslag van de commissie van advies van bezwaar- en beroepschriften, sociale zekerheidskamer, afgewezen. Bij brief van 27 december 2000 heeft appellante hiertegen bezwaar gemaakt. Appellante heeft tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank). Bij besluit van 25 februari 2005 heeft het college het bezwaar gegrond verklaard, voor zover het bezwaar niet is doorgezonden naar de adviescommissie voor de bezwaarschriften, sociale zekerheidskamer, en een kostenvergoeding, als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) toegekend.
ECLI:NL:CRVB:2003:AN9334
00/1050 WAZ U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant, en [verzoekster], wonende te [woonplaats], gedaagde, thans verzoekster. I. INLEIDING Bij schrijven van 20 december 2002 heeft appellant het door hem ingestelde hoger beroep ingetrokken. Bij schrijven van 28 januari 2003 heeft C. Dik, werkzaam bij INGRE/BTB, (hierna: Dik) als gemachtigde van verzoekster het bij brief van 22 oktober 2002 - in het kader van eerder verleende toestemming als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om het onderzoek ter zitting achterwege te laten - gedane verzoek appellant in de proceskosten te veroordelen, nader toegelicht.
ECLI:NL:CRVB:2006:AV3971
04/5852 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, gedaagde.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 15/6747 uitspraak van 19 juli 2016 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. De bestreden beslissing De beslissing van de inspecteur van 6 november 2015 op belanghebbendes verzoek tot vergoeding van de kosten voor de behandeling van het bezwaar (kenmerk [kenmerk] ).

Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juli 2016 te Roermond. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van haar gemachtigde, [gemachtigde] , en namens de inspecteur, [gemachtigden] . 1Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. 2Gronden 2.1. Aan belanghebbende is met dagtekening 27 augustus 2015 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tweede kwartaal van 2015 naar een geschat bedrag. Daarbij is bij beschikking een verzuimboete vastgesteld van € 65 wegens het niet (tijdig) doen van aangifte en een verzuimboete van € 150 wegens het niet (tijdig) betalen. 2.2.

Bij verminderingsbeschikking van 6 oktober 2015 heeft de inspecteur de naheffingsaanslag omzetbelasting verminderd tot nihil, de verzuimboete wegens het niet (tijdig) betalen vernietigd en de verzuimboete wegens het niet (tijdig) doen van aangifte gehandhaafd. Bij de uitspraak op bezwaar van 30 oktober 2015 heeft de inspecteur ook de verzuimboete wegens het niet (tijdig) doen van aangifte vernietigd. 2.3. Belanghebbende heeft op 13 oktober 2015 verzocht om toekenning van een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Het betreft kosten in rekening gebracht door haar gemachtigde, die haar partner is en waarmee zij een gezamenlijke huishouding voert.

Op 6 november 2015 heeft de inspecteur belanghebbendes verzoek om kostenvergoeding afgewezen. Deze beslissing dient op één lijn te worden gesteld met een beslissing op bezwaar waartegen beroep kan worden ingesteld (zie Hoge Raad 14 november 2014, nr. 14/00760, ECLI:NL:HR:2014:3191). Tegen deze beslissing richt zich belanghebbendes beroep. 2.4. Met haar brief van 18 november 2015 heeft belanghebbende tijdig beroep ingesteld. De rechtbank merkt daarbij op dat belanghebbendes beroepschrift van 13 oktober 2015 in dit verband niet kan worden geacht (mede) te zijn gericht tegen de onderhavige beslissing.

Ten tijde van dit schrijven van belanghebbende was de onderhavige beslissing immers nog niet tot stand gekomen en kon zij redelijkerwijs ook niet menen dat dit wel het geval was. 2.5. In beroep is enkel nog in geschil of de inspecteur terecht geen kostenvergoeding voor de bezwaarfase heeft toegekend. 2.6. Belanghebbendes gemachtigde heeft ter zitting aangevoerd dat hij velerlei studies heeft gevolgd en dat hij met zijn onderneming, genaamd [onderneming] , onder meer belastingadviezen geeft naast zijn werkzaamheden in het onderwijs; hij heeft daarbij verwezen naar de inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

De inspecteur heeft dat gemotiveerd betwist onder verwijzing naar de VAR-verklaring en het internetprofiel van de gemachtigde. 2.7. Er is sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, indien het verlenen van rechtsbijstand een vast bestanddeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening (ABRvS 8 maart 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV3879, CRvB 14 november 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AN9334). Daarvoor is voldoende dat niet slechts incidenteel rechtshulp wordt verleend en voor die rechtshulp enigerlei vergoeding in rekening wordt gebracht (CRvB 28 februari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV3971).

Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende, met hetgeen zij heeft aangevoerd, niet aannemelijk gemaakt dat het verlenen van rechtsbijstand behoort tot de beroepsactiviteiten van de gemachtigde en dat sprake is van meer dan een incidenteel verleende bijstand. Nu geen andere kosten zijn gesteld, zijn in bezwaar terecht geen kosten vergoed. 2.8. Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard. 2.9. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan op 19 juli 2016 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr.

J.H.M. van Ooijen, griffier. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.