Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2016:3317 ECLI:NL:RBZWB:2016:3317 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2016:3317 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2016:3317
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 16/561 uitspraak van 31 mei 2016 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , gevestigd te [plaats A], belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, verweerder.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 Awb; ECLI:NL:RBZWB:2016:3317 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Bij aangetekende brief van 26 februari 2016 is de gemachtigde van belanghebbende nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. 2Motivering Belanghebbende is voor het door haar ingestelde beroep € 334 aan griffierecht verschuldigd (artikel 8:41, eerste en tweede lid, van de Awb). Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort (artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb). Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, is het beroep niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 8:41, zesde lid, van de Awb).

Keywords

AI generated
criminal prosecution for defamation criminal liability of the media defamation law relating to information false accusation action for rectification

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 Awb
De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 16/561 uitspraak van 31 mei 2016 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , gevestigd te [plaats A], belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, verweerder.

1Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg heeft aan belanghebbende een nota leges met factuurnummer [aanslagnummer] opgelegd. De gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 11 december 2015 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 25 januari 2016, ingekomen bij de rechtbank op 26 januari 2016, heeft de gemachtigde van belanghebbende beroep ingesteld tegen die uitspraak op bezwaar. De gemachtigde van belanghebbende is schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht.

Bij aangetekende brief van 26 februari 2016 is de gemachtigde van belanghebbende nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. 2Motivering Belanghebbende is voor het door haar ingestelde beroep € 334 aan griffierecht verschuldigd (artikel 8:41, eerste en tweede lid, van de Awb). Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort (artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb). Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, is het beroep niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 8:41, zesde lid, van de Awb).

De rechtbank stelt vast dat de brief van 26 februari 2016 aangetekend is verzonden. Uit navraag bij PostNL is gebleken dat de aangetekende brief van 26 februari 2016 op regelmatige wijze aan het adres van de indiener van het beroepschrift is aangeboden. In de aangetekende brief van de rechtbank van 26 februari 2016 is meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank. Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid niet binnen de termijn gebruik is gemaakt, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Uit de administratie van de rechtbank is gebleken dat het verschuldigde griffierecht niet is voldaan. Gesteld, noch gebleken is dat sprake is van een situatie waarin redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 31 mei 2016 door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van B.

Chelliah, griffier. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.