Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2015:7777 ECLI:NL:RBZWB:2015:7777 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2015:7777 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2015:7777
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie: Breda procedurenummer: 308141 HA RK 15-221 Beslissing van 7 december 2015 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), van: [naam verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verder te noemen verzoeker. 1Procesverloop Dit blijkt uit het op 1 december 2015 ingekomen wrakingsverzoek.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBZWB:2015:7777 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van partijen elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade kan lijden. 3.2. Die feiten of omstandigheden dienen betrekking te hebben op de (persoon van de) rechter die de zaak behandelt. De grondslag van de wraking moet dan ook de betrokken rechter betreffen en niet het (gehele) rechterlijk college, waarvan deze deel uitmaakt. 3.3. Het voorliggende wrakingsverzoek is gericht tegen alle rechters van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Keywords

AI generated
withdrawal of legal petition attorney disciplinary proceedings disqualification of attorney right to a decision violation of procedural rights legal profession

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van partijen elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade kan lijden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie: Breda procedurenummer: 308141 HA RK 15-221 Beslissing van 7 december 2015 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), van: [naam verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verder te noemen verzoeker. 1Procesverloop Dit blijkt uit het op 1 december 2015 ingekomen wrakingsverzoek.

2Het verzoek

Verzoeker wraakt de rechtbank in haar geheel ten aanzien van de bij het team kanton Bergen op Zoom dienende procedure met betrekking tot een huurgeschil tussen Woningstichting [naam woonstichting] en verzoeker en zijn voormalige echtgenote [naam echtgenote] , alsmede met betrekking tot het tussen [naam echtgenote] en verzoeker daarin gerezen vrijwaringsincident (procedurenummers 4299584 CV EXPL 15-3738 en 4588044 CV EXPL 15-6248). Als grondslag voor dit wrakingsverzoek voert verzoeker aan dat de gang van zaken in beide procedures voor hem aanleiding is de rechtbank te wraken. 3De beoordeling en de gronden daarvoor 3.1.

Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van partijen elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade kan lijden. 3.2. Die feiten of omstandigheden dienen betrekking te hebben op de (persoon van de) rechter die de zaak behandelt. De grondslag van de wraking moet dan ook de betrokken rechter betreffen en niet het (gehele) rechterlijk college, waarvan deze deel uitmaakt. 3.3. Het voorliggende wrakingsverzoek is gericht tegen alle rechters van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Een verzoek om wraking van een rechterlijk college in zijn geheel kan echter niet als een wrakingsverzoek, waarop de hiervoor genoemde bepaling doelt, worden aangemerkt. Een dergelijk wrakingsverzoek is dan ook niet mogelijk. Daarnaast mist het verzoek een deugdelijke onderbouwing, nu verzoeker ermee volstaat de wraking te baseren op de door hem ervaren gang van zaken in de procedures, zonder deze te benoemen of toe te lichten. 3.4. Dit betekent dat het wrakingsverzoek als kennelijk ongegrond behoort te worden afgewezen. 3.5. In die kennelijke ongegrondheid ziet de rechtbank aanleiding om -in afwijking van het in artikel 36 Rv neergelegde uitgangspunt- uitspraak te doen zonder dat het wrakingsverzoek ter zitting wordt behandeld.

Voor het bestaan van deze mogelijkheid vindt de rechtbank steun bij artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a van het Wrakingsprotocol van de Hoge Raad. Hierin is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds kan afwijzen, indien het verzoek kennelijk ongegrond is.

4De beslissing

De rechtbank wijst het wrakingsverzoek af; bepaalt dat de behandeling van de zaken met procedurenummers 4299584 CV EXPL 15-3738 en 4588044 CV EXPL 15-6248 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven op 7 december 2015 door mrs. Poerink, Breeman en De Roos en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Dde Jong, griffier. --