Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2015:512 ECLI:NL:RBZWB:2015:512 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2015:512 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2015:512
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Sector bestuursrecht, voorzieningenrechter Locatie: Breda Zaaknummer AWB 14/7334 uitspraak van 28 januari 2015 Uitspraak als bedoeld in titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende]BV, gevestigd te [plaats X], belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2015. Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2015:512 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2015. Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [verweerder].

Keywords

AI generated
stay of building permit unjustified procedural delay pending proceedings definitive building permit late submission preclusion cost advance deadline
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Sector bestuursrecht, voorzieningenrechter Locatie: Breda Zaaknummer AWB 14/7334 uitspraak van 28 januari 2015 Uitspraak als bedoeld in titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende]BV, gevestigd te [plaats X], belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2015. Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [verweerder].

Namens belanghebbende is, met kennisgeving aan de rechtbank, niemand verschenen. 1Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. 2Gronden 2.1. De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in de hoofdzaak. In dat geval vervalt in verband met artikel 8:85, tweede lid aanhef en letter c, van de Awb het belang van belanghebbende voor het treffen van een voorlopige voorziening. 2.2. Gelet op het vorenstaande is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. 2.3. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan op 28 januari 2015 door mr.

M.W.C. Soltysik, voorzitter, mr. D. Hund en mr.drs. M.M. de Werd, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.C. van Hooft, griffier. De griffier, De voorzitter, De uitspraak is enkel door de voorzitter ondertekend aangezien de griffier is verhinderd deze te ondertekenen. Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.