ECLI:NL:RBZWB:2015:1798 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedbeslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 296390 HA RK 15-50 beslissing van 18 maart 2015 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [naam], wonende te [woonplaats], verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 16 maart 2015 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van mr. P.L. Kerkhofs, kantonrechter en belast geweest met de behandeling van het verzoek tot de instelling van een bewind over de goederen van zijn dochter [dochter verzoeker] (procedurenummer 342817 OV VERZ 14-7427).
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBZWB:2015:1798 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De procedure Dit blijkt uit het op 16 maart 2015 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van mr. P.L. Kerkhofs, kantonrechter en belast geweest met de behandeling van het verzoek tot de instelling van een bewind over de goederen van zijn dochter [dochter verzoeker] (procedurenummer 342817 OV VERZ 14-7427).
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 296390 HA RK 15-50 beslissing van 18 maart 2015 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [naam], wonende te [woonplaats], verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 16 maart 2015 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van mr. P.L. Kerkhofs, kantonrechter en belast geweest met de behandeling van het verzoek tot de instelling van een bewind over de goederen van zijn dochter [dochter verzoeker] (procedurenummer 342817 OV VERZ 14-7427).
De ontvankelijkheid van het verzoek In de hiervoor genoemde procedure heeft de kantonrechter bij beslissing van 11 maart 2015 het verzochte bewind met ingang van 12 maart 2015 ingesteld met benoeming van een bewindvoerder. Verzoeker heeft nadien, op 16 maart 2015, zijn wrakingsverzoek ingediend. Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoeker daarin niet kan worden ontvangen. De wetgever heeft immers niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het wijzen van een einduitspraak.
De beslissing tot het instellen van een bewind over de goederen van verzoekers dochter moet als zodanig worden aangemerkt. Met die beslissing heeft iedere bemoeienis van de kantonrechter met het door hem gehonoreerde onderbewindstellingsverzoek opgehouden. Dit maakt dat verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek kan worden ontvangen. In deze (kennelijke) niet-ontvankelijkheid ziet rechtbank reden het verzoek op de voet van paragraaf 9.1 van het wrakingsprotocol buiten behandeling te stellen, om welke reden de wrakingskamer ervan af ziet verzoeker nog op zijn wrakingsverzoek te horen. zaaknummer 296390 HA RK 15-50 pagina 2 Beslissing De rechtbank stelt het door verzoeker ingediende wrakingsverzoek buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven op 15 maart 2015 door mrs. G.J.E. Poerink, S.A.M.L. Bosch-van de Sande en F.P.J. Schoonen, in tegenwoordigheid van A.C.L.M. de Jong, griffier, en in het openbaar uitgesproken. --