Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2014:7288 ECLI:NL:RBZWB:2014:7288 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2014:7288 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2014:7288
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 14/2300 WABOM uitspraak van 2 oktober 2014 van de meervoudige kamer in de zaak tussen het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Essen, te Essen, België, eiser, gemachtigde: [naam gemachtigde1] en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, verweerder, gemachtigde:[naam gemachtigde2] Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam houderij] Varkenshouderij, te Nispen, gemachtigde: [naam gemachtigde3]. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 21 februari 2014 (bestreden besluit) inzake het verlenen van omgevingsvergunning aan [naam houderij] varkens-houderij (vergunninghoudster) voor het plaatsen van twee luchtwassystemen, een varkensstal en het veranderen van de inrichting gelegen op het perceel aan de [adres].

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 1:2 van de Awb, artikel 6:13 van de Awb, artikel 3:12 van de Awb, artikel 6:22 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2014:7288 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren heeft gebracht. De rechtbank constateert dat eiser geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren heeft gebracht. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser zich op het standpunt gesteld dat verweerder eiser ten onrechte niet heeft geïnformeerd over de vergunningaanvraag en het ontwerpbesluit. Aangezien verweerder is tekort geschoten in de kennisgeving van het ontwerpbesluit, kan eiser redelijkerwijs niet worden verweten dat hij geen zienswijze heeft ingediend, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van eiser.

Keywords

AI generated
environmental protection concerns environmental compliance review environmental impact report transfrontier pollution European Green Deal nature conservation permit

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat beroep bij de rechtbank tegen een besluit open voor een belanghebbende.
artikel 1:2 van de Awb
Ingevolge artikel 1:2 van de Awb is belanghebbende degene wiens belang rechtstreeks betrokken is bij een besluit.
artikel 6:13 van de Awb
Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren heeft gebracht.
artikel 3:12 van de Awb
Zoals eerder overwogen door de AbRS in zijn uitspraken van 15 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX4675) en 5 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:285) vindt artikel 3:12 van de Awb ook toepassing wanneer buiten Nederland gevolgen van de inrichting waarop het te nemen besluit betrekking heeft, kunnen worden ondervonden.
artikel 6:22 van de Awb
Het niet op juiste wijze kennis geven van het ontwerpbesluit is geen gebrek dat de rechtbank met toepassing van artikel 6:22 van de Awb kan passeren.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2008:BG5914
het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek, 2.
ECLI:NL:RVS:2012:BW0734
Procesverloop Bij besluit van 30 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Parapluplan vanwege de geluidzone van de betoncentrale van Betonmortelbedrijven Cementbouw b.v." vastgesteld.
ECLI:NL:RVS:2014:825
201300252/1/R4. Datum uitspraak: 12 maart 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de naamloze vennootschap Latrusco N.V., gevestigd te Willemstad, Curaçao, en [appellant B], wonend te Heerlen, appellanten, en het college van gedeputeerde staten van Limburg, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 27 november 2012 heeft het college van gedeputeerde staten geweigerd een vergunning als bedoeld in de Ontgrondingenwet te verlenen voor het ontgronden van een perceel in Heerlen, kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie B, nr. 8377 (hierna: perceel B 8377).
ECLI:NL:RVS:2012:BX4675
Procesverloop Bij besluit van 2 november 2010 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een vleesvarkens- en melkrundveehouderij aan de [locatie] te Glane. Dit besluit is op 21 december 2010 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 januari 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brieven van 25 en 27 januari 2011. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft nadere stukken ingediend.
ECLI:NL:RVS:2014:285
de stichting Stichting Enci Stop (hierna: SES), gevestigd te Maastricht, 2.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 14/2300 WABOM uitspraak van 2 oktober 2014 van de meervoudige kamer in de zaak tussen het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Essen, te Essen, België, eiser, gemachtigde: [naam gemachtigde1] en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, verweerder, gemachtigde:[naam gemachtigde2] Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam houderij] Varkenshouderij, te Nispen, gemachtigde: [naam gemachtigde3]. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 21 februari 2014 (bestreden besluit) inzake het verlenen van omgevingsvergunning aan [naam houderij] varkens-houderij (vergunninghoudster) voor het plaatsen van twee luchtwassystemen, een varkensstal en het veranderen van de inrichting gelegen op het perceel aan de [adres].

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 21 augustus 2014. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde. Vergunninghoudster werd vertegenwoordigd door[naam vertegenwoordiger] en de gemachtigde. Overwegingen 1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Vergunninghoudster exploiteert een varkenshouderij op het perceel aan de [adres], dat is gelegen in de gemeente Roosendaal. Op 9 oktober 2012 heeft vergunninghoudster een aanvraag om omgevingsvergunning bij verweerder ingediend voor het plaatsen van twee luchtwassystemen, een varkensstal en het veranderen van de inrichting.

Gedurende de periode van 29 juli 2013 tot en met 8 september 2013 heeft verweerder een ontwerpbesluit ter inzage gelegd en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Eiser heeft geen zienswijze naar voren gebracht. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de gevraagde omgevingsvergunning aan vergunninghoudster verleend.

2. Ingevolge artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat beroep bij de rechtbank tegen een besluit open voor een belanghebbende. Ingevolge artikel 1:2 van de Awb is belanghebbende degene wiens belang rechtstreeks betrokken is bij een besluit. Ingevolge het tweede lid worden ten aanzien van bestuursorganen de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) is de ruimtelijke ordening van het grondgebied van een gemeente een mede aan het college van burgemeester en wethouders toevertrouwd belang.

Uit deze uitspraak volgt verder dat de belangen van een goede ruimtelijke ordening van een gemeente onder omstandigheden rechtstreeks betrokken kunnen zijn bij een besluit in een aangrenzende gemeente. (AbRS 3 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG5914, AbRS 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0734, en AbRS12 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:825) De rechtbank is van oordeel dat eiser belanghebbend is bij het bestreden besluit. Aangezien de gemeente Essen een aangrenzende gemeente is van de gemeente Roosendaal en op zeer korte afstand van het dorp Nispen en het in geding zijnde perceel is gelegen, zijn de belangen van een goede ruimtelijke ordening en milieueffecten in de gemeente Essen rechtstreeks betrokken bij het bestreden besluit.

De behartiging van deze belangen is in dit geval aan eiser toevertrouwd.

3. Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren heeft gebracht. De rechtbank constateert dat eiser geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren heeft gebracht. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser zich op het standpunt gesteld dat verweerder eiser ten onrechte niet heeft geïnformeerd over de vergunningaanvraag en het ontwerpbesluit. Aangezien verweerder is tekort geschoten in de kennisgeving van het ontwerpbesluit, kan eiser redelijkerwijs niet worden verweten dat hij geen zienswijze heeft ingediend, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van eiser.

Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Awb legt het bestuursorgaan het ontwerp met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage. Ingevolge artikel 3:12, eerste lid, van de Awb geeft het bestuursorgaan, voorafgaand aan de terinzagelegging, in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. Ingevolge artikel 3:15, eerste lid, van de Awb kunnen belanghebbenden bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.

Zoals eerder overwogen door de AbRS in zijn uitspraken van 15 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX4675) en 5 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:285) vindt artikel 3:12 van de Awb ook toepassing wanneer buiten Nederland gevolgen van de inrichting waarop het te nemen besluit betrekking heeft, kunnen worden ondervonden. Verweerder heeft de kennisgeving van het ontwerpbesluit niet in België gepubliceerd, en evenmin zorggedragen voor een andere wijze van bekendmaking aan belanghebbenden in de gemeente Essen. Naar het oordeel van de rechtbank had dit wel gemoeten.

Daartoe overweegt de rechtbank dat het gelet op de afstand en de aard en omvang van de inrichting van vergunninghoudster op voorhand niet onaannemelijk is dat de milieugevolgen van de inrichting ook in de gemeente Essen merkbaar zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder niet op geschikte wijze kennis heeft gegeven van het ontwerpbesluit. Het kan eiser daarom niet worden verweten dat hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding om eiser op de voet van artikel 6:13 van de Awb niet-ontvankelijk te verklaren in zijn beroep.

Het niet op juiste wijze kennis geven van het ontwerpbesluit is geen gebrek dat de rechtbank met toepassing van artikel 6:22 van de Awb kan passeren.

4. Het beroep zal gegrond worden verklaard en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 3:12, eerste lid. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen op de vergunningaanvraag met in achtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

5. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan eiser te worden vergoed. De rechtbank zal verweerder veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 487,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 487, en wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,- aan eiser te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 487,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzitter, en mr. C.A.F. van Ginneken en mr. S. Ketelaars-Mast, leden, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2014. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.