Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2014:5592 ECLI:NL:RBZWB:2014:5592 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2014:5592 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2014:5592
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2014:5592 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Aangezien belanghebbende niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen (zie 2.1 en 2.4) bestaat de aanslag uitsluitend uit de heffing van IB. Op grond van artikel 9.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) (tekst 2010), is verrekening met de verschuldigde IB enkel mogelijk voor de als voorheffing geheven loonbelasting, dividendbelasting en kansspelbelasting. Het op grond van artikel 69 van de Zvw verschuldigde bedrag is geen belasting. Zie ook Centrale Raad van Beroep van 3 oktober 2012, nr. 11-2094 AWBZ, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9228 en van 26 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6362.

Keywords

AI generated
public nature of proceedings arrangements for publication right to a decision public information access public hearing recusal of public prosecutors

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2012:BX9228
11/2094 AWBZ Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 maart 2011, 09/2318 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland, (appellant) College voor zorgverzekeringen (Cvz) Datum uitspraak: 3 oktober 2012 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Cvz heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2012. Appellant is verschenen. Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr.
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6362
08/1299 ZFW 08/1302 ZFW 08/1713 ZFW 08/1716 ZFW 08/1720 ZFW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op de hoger beroepen van: [Appellant 1], wonende te Frankrijk, [Appellant 2] wonende te België, [Appellant 3], wonende te Italië, [Appellant 4], wonende te Ierland, (hierna ook: appellanten), tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2008, 07/3445 e.v. en 07/3622 e.v. (hierna: aangevallen uitspraken), in de gedingen tussen: appellanten en het College voor zorgverzekeringen (hierna: Cvz) Datum uitspraak: 26 augustus 2009.
ECLI:NL:CRVB:2014:2506
12/3443 ZVW, 13/5416 ZVW, 14/637 ZVW, 14/639 ZVW Datum uitspraak: 18 juli 2014 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2012, 11/5879, 16 augustus 2013, 12/5527, 17 december 2013, 13/1894 en 18 december 2013, 13/1895 (aangevallen uitspraken) Partijen: [appellant] te Hongarije (appellant) Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) als rechtsopvolger van het College voor zorgverzekeringen (Cvz) PROCESVERLOOP Als gevolg van de inwerkingtreding van de “Wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg en andere wetten in verband met de taken en bevoegdheden op het gebied van de kwaliteit van de zorg” (Stb. 2013, 578) oefent het Zorginstituut per 1 april 2014 de bevoegdheden uit die voorheen door Cvz werden uitgeoefend.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Procedurenummer AWB 14/1934 uitspraak van 8 augustus 2014 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] (Duitsland), belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van de inspecteur van 11 maart 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem over het jaar 2010 opgelegde aanslag inkomstenbelasting (IB), aanslagnummer [aanslagnummer].H.06 (hierna: de aanslag).

Zitting Het onderzoek ter zitting is met toestemming van partijen achterwege gebleven. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. 1Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. 2Gronden 2.1. Belanghebbende, geboren in 1959, is woonachtig in Duitsland en is in het onderhavige jaar niet verzekerd ingevolge de Nederlandse volksverzekeringen. 2.2. Belanghebbende is tot 1 mei 2010 ingevolge Verordening (EEG) nr. 1408/71 en vanaf 1 mei 2010 ingevolge Verordening (EG) 883/2004 verzekerd in Duitsland. Belanghebbende is op grond van artikel 69 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in Nederland een bijdrage verschuldigd die aan het College voor Zorgverzekeringen (het CvZ) wordt afgedragen. 2.3.

Belanghebbende stelt dat hij aan CvZ premies voor de AWBZ en Zvw heeft betaald en dat deze ten onrechte niet met de aanslag zijn verrekend. Volgens belanghebbende vallen beide premies onder de ingehouden loonheffingen en in het aangifteformulier wordt specifiek om ingehouden loonheffing gevraagd en niet om ingehouden loonbelasting. 2.4. Dat belanghebbende ingevolge artikel 69 van de Zvw een met de AWBZ-premie overeenkomende bijdrage is verschuldigd, maakt niet dat hij premieplichtig is voor de AWBZ of enige andere volksverzekering. Dat geldt eveneens voor de keuze van belanghebbende om voor de IB als binnenlands belastingplichtige te worden behandeld. 2.5.

Aangezien belanghebbende niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen (zie 2.1 en 2.4) bestaat de aanslag uitsluitend uit de heffing van IB. Op grond van artikel 9.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) (tekst 2010), is verrekening met de verschuldigde IB enkel mogelijk voor de als voorheffing geheven loonbelasting, dividendbelasting en kansspelbelasting. Het op grond van artikel 69 van de Zvw verschuldigde bedrag is geen belasting. Zie ook Centrale Raad van Beroep van 3 oktober 2012, nr. 11-2094 AWBZ, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9228 en van 26 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6362.

De door belanghebbende aan het CvZ gedane betalingen zijn dan ook niet aan te merken als geheven loon-/dividend-/kansspelbelasting als bedoeld in artikel 9.2 van de Wet IB 2001. De Wet IB 2001 staat daarom aan de door belanghebbende bepleite verrekening in de weg. 2.6. Dat in het aangifteformulier volgens belanghebbende specifiek om loonheffing wordt gevraagd en niet om (loon)belasting kan belanghebbende niet baten. Nu belanghebbende niet premieplichtig is, is die vraagstelling weliswaar inderdaad niet specifiek genoeg geformuleerd maar dat is onvoldoende om belanghebbende, in strijd met de wet, de door hem bepleite verrekening toe te kennen. 2.7.

Belanghebbende heeft verder gesteld dat hij ten opzichte van Nederlandse ingezetenen ongelijk wordt behandeld, nu die groep de verschuldigde AWBZ-premie wel als voorheffing in aanmerking kan nemen en dat in zijn geval ook AWBZ-premie is verschuldigd, maar hij deze niet kan verrekenen. Nu belanghebbende niet en een ingezetene wel premieplichtig is voor de volksverzekeringen is geen sprake van rechtens en feitelijk gelijke gevallen. Het beroep van belanghebbende dat in zijn geval sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen faalt reeds hierom.

Verder wijst de rechtbank erop dat belanghebbende ten onrechte zijn betalingen aan het CvZ aanduidt als ‘AWBZ-premie’. Hij betaalt een verdragsrechtelijke bijdrage, geen AWBZ-premie (CRvB van 18 juli 2014, nr. 12-3443 ZVW, ECLI:NL:CRVB:2014:2506). Overigens kunnen Nederlandse ingezetenen de (inkomensafhankelijke) bijdrage voor de Zvw evenmin als voorheffing in aanmerking nemen. 2.8. Gelet op het vorenstaande is het gelijk aan de inspecteur en is het beroep ongegrond verklaard. 2.9. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 8 augustus 2014 door mr. W.A.P. van Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. B.W. van Eeken-Liu, griffier. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.