Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2014:3326 ECLI:NL:RBZWB:2014:3326 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2014:3326 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2014:3326
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Verschoningskamer zaaknummer: 281557 HA RK 14-93 beslissing op het verzoek tot verschoning ex artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van: mr. P.H.J.G. Römers, voorzieningenrechter 1Het procesverloop Op 7 mei 2014 heeft mr. P.H.J.G. Römers een verzoek tot verschoning ingediend in de zaak (kort geding) tussen Beelen Sloopwerken BV, eisende partij, en HaskoningDHV Nederland BV, gedaagde partij (zaaksnummer 279968 / KG ZA 14/216). Het kort geding betreft – kort gezegd – een geschil inzake de aanbesteding van werk. Het kort geding staat voor behandeling ter zitting geagendeerd op maandag 12 mei 2014 om 13.00 uur.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv, artikel 41 Rv; ECLI:NL:RBZWB:2014:3326 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. 4.4 Uit het verzoek van mr. Römers blijkt dat er sprake is van zodanige bekendheid met de advocaat van gedaagde partij en dat hij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in onderhavige zaak te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen de motivering van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning gelegen.

Keywords

AI generated
party to proceedings right to be heard hearing or examination complexity of proceedings party costs multiparty system

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
In artikel 36 Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
artikel 41 Rv
4De beoordeling 4.1 Uit artikel 41 Rv valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Verschoningskamer zaaknummer: 281557 HA RK 14-93 beslissing op het verzoek tot verschoning ex artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van: mr. P.H.J.G. Römers, voorzieningenrechter 1Het procesverloop Op 7 mei 2014 heeft mr. P.H.J.G. Römers een verzoek tot verschoning ingediend in de zaak (kort geding) tussen Beelen Sloopwerken BV, eisende partij, en HaskoningDHV Nederland BV, gedaagde partij (zaaksnummer 279968 / KG ZA 14/216). Het kort geding betreft – kort gezegd – een geschil inzake de aanbesteding van werk. Het kort geding staat voor behandeling ter zitting geagendeerd op maandag 12 mei 2014 om 13.00 uur.

2Het verzoek

Mr. Römers heeft in zijn verzoekschrift aangegeven dat hij kennis heeft genomen van een faxbericht van 6 mei 2014 van mr. J.F. van Nouhuys, die daarin mededeelt als advocaat voor gedaagde op te treden. Mr. Van Nouhuys is als docent verbonden aan een beroepsopleiding aanbestedingsrecht. Mr. Römers is dit jaar deelnemer aan die opleiding, die in december wordt afgesloten met een examen. Gegeven deze omstandigheden is mr. Römers van mening dat een mogelijke schijn van partijdigheid zal kunnen ontstaan als hij deze zaak behandelt. Mr. Römers verzoekt de verschoningskamer om zijn verzoek tot verschoning toe te staan.

3Het wettelijk kader

In artikel 40, eerste lid, Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36. In artikel 36 Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. In artikel 41, tweede lid, Rv is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan partijen en de rechter, die het verzoek had gedaan, medegedeeld. 4De beoordeling 4.1 Uit artikel 41 Rv valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden.

De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. 4.2 Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. 4.3 Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. 4.4 Uit het verzoek van mr. Römers blijkt dat er sprake is van zodanige bekendheid met de advocaat van gedaagde partij en dat hij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in onderhavige zaak te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen de motivering van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning gelegen.

Het verzoek zal derhalve worden toegewezen.

5De beslissing

De verschoningskamer: wijst het verzoek van mr. P.H.J.G. Römers tot verschoning toe; bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de procedure met zaaksnummer 279968 / KG ZA 14/216 wordt voortgezet in de stand waarin de procedure zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning. Deze beslissing is gegeven door mr. G.M.J. Kok, voorzitter, en mrs. D. van Kralingen en M.C. de Regt, leden, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk, griffier, op 8 mei 2014. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Afschrift verzonden op: