Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2014:202 ECLI:NL:RBZWB:2014:202 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2014:202 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2014:202
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 274799 HA RK 13-275 beslissing van 8 januari 2014 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 18 december 2013 ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van mr. W. Toekoen, rechter in deze rechtbank en als voorzieningenrechter belast geweest met de behandeling van de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening, betrekking hebbend op het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 27 november 2013 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, inzake de afwijzing van zijn aanvraag om een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2014:202 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De ontvankelijkheid van verzoeker De behandeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening door de rechter heeft plaatsgevonden ter zitting van 18 december 2013 te 11.00 uur, waarna de rechter, direct na sluiting van die behandeling, mondeling uitspraak heeft gedaan en daarbij het verzoek heeft afgewezen. De omstandigheid dat verzoeker daarna zijn wrakingsverzoek via e-email (op 18 december 2013 om 17.15 uur) heeft ingediend, moet ertoe leiden dat verzoeker daarin niet kan worden ontvangen. De wetgever heeft immers niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het wijzen van een einduitspraak.

Keywords

AI generated
untimely request for extension extension of proceedings timeliness of filing statute of limitations bar unjustified procedural delay time limits for seeking redress

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 274799 HA RK 13-275 beslissing van 8 januari 2014 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verder te noemen verzoeker.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer 274799 HA RK 13-275 beslissing van 8 januari 2014 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verder te noemen verzoeker. De procedure Dit blijkt uit het op 18 december 2013 ingekomen wrakingsverzoek. Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van mr. W. Toekoen, rechter in deze rechtbank en als voorzieningenrechter belast geweest met de behandeling van de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening, betrekking hebbend op het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 27 november 2013 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, inzake de afwijzing van zijn aanvraag om een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand.

De ontvankelijkheid van verzoeker De behandeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening door de rechter heeft plaatsgevonden ter zitting van 18 december 2013 te 11.00 uur, waarna de rechter, direct na sluiting van die behandeling, mondeling uitspraak heeft gedaan en daarbij het verzoek heeft afgewezen. De omstandigheid dat verzoeker daarna zijn wrakingsverzoek via e-email (op 18 december 2013 om 17.15 uur) heeft ingediend, moet ertoe leiden dat verzoeker daarin niet kan worden ontvangen. De wetgever heeft immers niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het wijzen van een einduitspraak.

Met die einduitspraak heeft immers iedere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden. Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid van verzoeker bestaat er reden het wrakingsverzoek buiten behandeling te stellen. 274799 HA RK 13-275 pagina 2 . Beslissing De rechtbank stelt het wrakingsverzoek buiten behandeling. Deze beslissing is gegeven op 8 januari 2014 door mrs. G.J.E. Poerink, M. Breeman en C. Kool, in tegenwoordigheid van A.C.L.M. de Jong, griffier, en in het openbaar uitgesproken. --