Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ9144 ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ9144 AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ9144 · Rechtbank Zutphen

Case Number ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ9144
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 2 oktober 2009 heeft verweerder eiser een last onder dwangsom opgelegd om binnen twee dagen na dagtekening van het besluit het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel – het nuttigen van te verkopen waren ter plaatse – te beëindigen. Bij besluit van 30 december 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Het beroep is behandeld ter zitting van 6 januari 2011, waar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. S.H.J. Buitenkamp, advocaat te Epe. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.A. Weerts. Ter zitting is het onderzoek geschorst voor nader overleg. Daarna hebben partijen toestemming gegeven om te bepalen dat een nadere zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ9144 · Rechtbank Zutphen: RECHTBANK ZUTPHEN Sector Bestuursrecht Enkelvoudige kamer Reg.nr.: 10/187 Uitspraak in het geding tussen: [eiser] te [plaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Epe verweerder.

Keywords

AI generated
restoration of suspensive effect late objection to debt enforcement deferral of payment lifting of opposition compliance with deadline untimely restitution petition
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Bestuursrecht Enkelvoudige kamer Reg.nr.: 10/187 Uitspraak in het geding tussen: [eiser] te [plaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Epe verweerder.

1. Procesverloop Bij besluit van 2 oktober 2009 heeft verweerder eiser een last onder dwangsom opgelegd om binnen twee dagen na dagtekening van het besluit het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel – het nuttigen van te verkopen waren ter plaatse – te beëindigen. Bij besluit van 30 december 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Het beroep is behandeld ter zitting van 6 januari 2011, waar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. S.H.J. Buitenkamp, advocaat te Epe. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.A. Weerts. Ter zitting is het onderzoek geschorst voor nader overleg. Daarna hebben partijen toestemming gegeven om te bepalen dat een nadere zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen De rechtbank stelt vast dat verweerder bij besluit van 25 januari 2011 op verzoek van eiser de bij besluit van 2 oktober 2009 opgelegde last heeft opgeheven aangezien een jaar was verstreken zonder dat een dwangsom was verbeurd. Gelet daarop heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank niet langer belang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit, waarbij het besluit van 2 oktober 2009 in stand is gelaten. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met de onderhavige procedure heeft moeten maken.

Eiser heeft na het nemen van het besluit van 2 oktober 2009 – onbetwist – de geconstateerde overtreding van het bestemmingsplan beëindigd. Het had op de weg van verweerder gelegen dit te betrekken in zijn heroverweging van dat besluit. Nu hij dit niet, althans niet kenbaar, heeft gedaan, kan niet worden gezegd dat het beroep tevergeefs is ingesteld. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden ter zake van rechtsbijstand 2 punten toegekend (beroepschrift 1 punt en verschijnen ter zitting 1 punt), waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd.

3. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 150,00 aan eiser vergoedt; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 874,00, te betalen aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 april 2011.