Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3112 ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3112 AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3112 · Rechtbank Zutphen

Case Number ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3112
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/850382-09 Uitspraak d.d.: 3 augustus 2010 tegenspraak / dip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats, geboortedatum], wonende te [postcode, plaats, adres], raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat te Harderwijk. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 juli 2010. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 juli 2009 te [plaats] (Frankrijk), in ieder geval in Frankrij[slachtoffer] [slachtoffer] (geboortedatum [datum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, één of meerdere ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, te weten - het (meermalen) uittrekken van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] en/of - het (meermalen) betasten van de penis van die [slachtoffer] en/of - het door die [slachtoffer] laten betasten van zijn, verdachtes, penis; art 247 Wetboek van Strafrecht Overwegingen ten aanzien van het bewijs [ voetnoot 1] Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek Op 19 september 2009 heeft [moeder slachtoffer] aangifte gedaan terzake seksueel misbruik van haar zoon [slachtoffer], gepleegd door verdachte. [voetnoot 2] Standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de strafzaak tegen verdachte dient te worden aangehouden, teneinde [naam g[naam getuige] als getuige te kunnen horen.

Legislator headnote

AI generated

art 247 Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3112 · Rechtbank Zutphen: Tevens ondersteunen de aangifte en de verklaringen van de getuigen [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] de betrouwbaarheid van de voorbedoelde verklaring. Standpunt van de verdachte / de verdediging Door en namens verdachte is primair aangevoerd dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat verdachte hiervan dan ook dient te worden vrijgesproken. De door de getuigen afgelegde verklaringen met betrekking tot het seksueel misbruik zijn enkel afkomstig van [slachtoffer]. Er zijn geen getuigen die het verhaal van [slachtoffer] uit eigen waarneming kunnen bevestigen.

Keywords

AI generated
sexual abuse of children minor assault sexual offenses allegations of fraudulent behavior criminal charge attempted rape

Cited Legislation

AI generated
art 247 Wetboek van Strafrecht
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/850382-09 Uitspraak d.d.: 3 augustus 2010 tegenspraak / dip VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats, geboortedatum], wonende te [postcode, plaats, adres], raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat te Harderwijk. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 juli 2010. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 juli 2009 te [plaats] (Frankrijk), in ieder geval in Frankrij[slachtoffer] [slachtoffer] (geboortedatum [datum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, één of meerdere ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, te weten - het (meermalen) uittrekken van de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] en/of - het (meermalen) betasten van de penis van die [slachtoffer] en/of - het door die [slachtoffer] laten betasten van zijn, verdachtes, penis; art 247 Wetboek van Strafrecht Overwegingen ten aanzien van het bewijs [ voetnoot 1] Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek Op 19 september 2009 heeft [moeder slachtoffer] aangifte gedaan terzake seksueel misbruik van haar zoon [slachtoffer], gepleegd door verdachte. [voetnoot 2] Standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de strafzaak tegen verdachte dient te worden aangehouden, teneinde [naam g[naam getuige] als getuige te kunnen horen.

Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte de beschuldiging uitdrukkelijk heeft ontkend. De verklaring van [naam getuige] kan meer duidelijkheid geven over de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaring. Subsidiair heeft de officier van justitie gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, op grond van de verklaring van [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft een duidelijke, geloofwaardige verklaring afgelegd. Er is bij hem ook geen sprake van een voorgeschiedenis met leugenachtig gedrag en/of seksuele problematiek, op grond waarvan de verklaring onbetrouwbaar zou kunnen zijn.

Tevens ondersteunen de aangifte en de verklaringen van de getuigen [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] de betrouwbaarheid van de voorbedoelde verklaring. Standpunt van de verdachte / de verdediging Door en namens verdachte is primair aangevoerd dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat verdachte hiervan dan ook dient te worden vrijgesproken. De door de getuigen afgelegde verklaringen met betrekking tot het seksueel misbruik zijn enkel afkomstig van [slachtoffer]. Er zijn geen getuigen die het verhaal van [slachtoffer] uit eigen waarneming kunnen bevestigen.

Tevens ontkent verdachte consequent dat het ten laste gelegde feit heeft plaatsgevonden. Subsidiair is door en namens verdachte gesteld dat, indien geen vrijspraak kan volgen, onder meer [naam g[naam getuige] gehoord zou moeten worden. Tevens zouden [slachtoffer] en [moeder slachtoffer] opnieuw gehoord dienen te worden. Beoordeling door de rechtbank Door de officier van justitie en de verdediging is ter terechtzitting verzocht tot het nader horen van onder meer [naam g[naam getuige]. De rechtbank dient dit verzoek, gelet op het stadium waarin dit verzoek is gedaan te beoordelen aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium.

De rechtbank is, gelet op de verklaring van [slachtoffer] en van verdachte, van oordeel dat het horen van [naam g[naam getuige] niet noodzakelijk is. Noch uit de verklaring van [slachtoffer], noch uit de verklaring van verdachte zelf blijkt immers dat [naam getuige] uit eigen waarneming kan verklaren over het ten laste gelegde. De rechtbank wijst het verzoek tot het horen van die [naam getuige] af. Vrijspraak Naar oordeel van de rechtbank is voor het bewijs van de ten laste gelegde ontuchtige handelingen enkel de verklaring van [slachtoffer] voorhanden. [voetnoot 3] De overige verklaringen acht de rechtbank onvoldoende ondersteunend voor een bewezenverklaring.

Immers, voorzover in deze verklaringen gesproken wordt over de ontuchtige handelingen, is deze wetenschap – al dan niet rechtstreeks – afkomstig van [slachtoffer]. Alle belastende verklaringen zijn terug te voeren op één enkele bron. Tegenover de belastende verklaring van [slachtoffer] staat de consequente ontkenning van verdachte. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting de ontuchtige handelingen consequent en uitdrukkelijk ontkend. Nu naar het oordeel van de rechtbank slechts de verklaring van [slachtoffer] als bewijs gebezigd kan worden, kan het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen worden, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Beslissing De rechtbank: • verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; Aldus gewezen door mr. Van de Wetering, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Boerwinkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 augustus 2010. Mr. Van der Hooft is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Eindnoten: 1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2009046619-18, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 14 december 2009. 2 Proces-verbaal van aangifte van [moeder slachtoffer], dossierpagina 20 3 Proces-verbaal van bevindingen studioverhoor [slachtoffer] dossierpagina’s 27 t/m 30