Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7383 ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7383 AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7383 · Rechtbank Zutphen

Case Number ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7383
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZUTPHEN Sector straf Parketnummer: 06/460294-05 (tulbv) De rechtbank heeft te beslissen op de op 25 september 2007 ter griffie ingekomen vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank d.d. 14 september 2005 aan [verdachte], geboren op [datum en plaats], thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring te Doetinchem, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden waarbij de proeftijd is bepaald op 2 jaren en als bijzondere voorwaarde is gesteld dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door de Forensisch Psychiatrische Afdeling van Vrederust te Halsteren of een soortgelijke instelling.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7383 · Rechtbank Zutphen: Beslissing De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering. Deze beslissing is gegeven door mrs. Bos, voorzitter, Kleinrensink en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van Wiering, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 november 2007.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZUTPHEN Sector straf Parketnummer: 06/460294-05 (tulbv) De rechtbank heeft te beslissen op de op 25 september 2007 ter griffie ingekomen vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank d.d. 14 september 2005 aan [verdachte], geboren op [datum en plaats], thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring te Doetinchem, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden waarbij de proeftijd is bepaald op 2 jaren en als bijzondere voorwaarde is gesteld dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door de Forensisch Psychiatrische Afdeling van Vrederust te Halsteren of een soortgelijke instelling.

De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die hem door of namens de leiding van Vrederust of een soortgelijke instelling zullen worden gegeven. De rechtbank heeft de stukken bezien. De vordering is in het openbaar behandeld ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 24 oktober 2007. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt. Overwegingen - Het is de rechtbank gebleken dat de officier van justitie tegelijkertijd met de onderhavige vordering, in de strafzaak tegen veroordeelde met parketnummer 06/460408-07, een vordering met betrekking tot het niet nakomen van de algemene voorwaarde heeft ingediend, strekkende tot tenuitvoerlegging van voornoemde voorwaardelijk opgelegde straf. - Nu de rechtbank op de vordering, betrekking hebbende op het niet nakomen van de algemene voorwaarde, bij vonnis van 7 november 2007 een toewijzende beslissing heeft genomen, zal zij de officier van justitie in de onderhavige vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering. Deze beslissing is gegeven door mrs. Bos, voorzitter, Kleinrensink en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van Wiering, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 november 2007.