Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZUT:2004:AR5012 ECLI:NL:RBZUT:2004:AR5012 AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2004:AR5012 · Rechtbank Zutphen

Case Number ECLI:NL:RBZUT:2004:AR5012
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Kanton, Locatie Terborg Beslissing inzake wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften op het beroep van: [appellant], wonende te [adres], appellant. CJIB-nr. : 68975585 KTG-nr. : 27/2004 Reg-nr. : 61723 Zitting d.d. : 4 oktober 2004 Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie te Zutphen, met bovenvermeld CJIB-nummer. Gronden voor de beslissing: Het beroep is tijdig ingesteld. Aan appellant is bij initiële beschikking een sanctie opgelegd vanwege het als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden op 15 januari 2004 te Heelweg, gemeente Wisch.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:22 van de Awb; ECLI:NL:RBZUT:2004:AR5012 · Rechtbank Zutphen: Ter zitting geconfronteerd met deze Nota van Toelichting heeft appellant ruiterlijk zijn ongelijk erkend, maar wel (nogmaals) benadrukt dat de motivering van het bestreden besluit hiervan geen melding maakt en dat bij een betere motivering een beroep en een gang naar de zitting voorkomen had kunnen worden. De kantonrechter is met appellant van oordeel dat de motivering van het bestreden besluit, in het licht van diens concrete en niet op voorhand ongegronde grief, onvoldoende draagkrachtig was. Nu voorts aannemelijk is dat appellant om die reden in beroep en naar de zitting is gekomen, is er plaats voor een proceskostenvergoeding voor wat betreft de reiskosten van appellant, terwijl met toepassing van artikel 6:22 van de Awb het bestreden besluit in stand blijft.

Keywords

AI generated
artikel 6:22 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:22 van de Awb
Nu voorts aannemelijk is dat appellant om die reden in beroep en naar de zitting is gekomen, is er plaats voor een proceskostenvergoeding voor wat betreft de reiskosten van appellant, terwijl met toepassing van artikel 6:22 van de Awb het bestreden besluit in stand blijft.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Kanton, Locatie Terborg Beslissing inzake wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften op het beroep van: [appellant], wonende te [adres], appellant. CJIB-nr. : 68975585 KTG-nr. : 27/2004 Reg-nr. : 61723 Zitting d.d. : 4 oktober 2004 Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie te Zutphen, met bovenvermeld CJIB-nummer. Gronden voor de beslissing: Het beroep is tijdig ingesteld. Aan appellant is bij initiële beschikking een sanctie opgelegd vanwege het als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden op 15 januari 2004 te Heelweg, gemeente Wisch.

Appellant heeft in zijn beroep bij de officier van justitie aangevoerd dat hij geen mobiele telefoon heeft vastgehouden, omdat hij zijn mobiele telefoon tussen zijn oor en schouder had geklemd. Zijn beroep is afgewezen op grond van een algemene (standaard)overweging. In zijn beroep op de kantonrechter heeft appellant vooreerst aangevoerd dat die motivering geen recht doet aan zijn beroepsgrond, nu daarop in het geheel niet is ingegaan. Voorts heeft hij zijn initiële grief herhaald. Het materiele verweer van appellant snijdt geen hout. In de Nota van Toelichting, behorende bij het besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (verbod handmatig telefoneren), is expliciet opgenomen dat onder ‘vasthouden’ tevens wordt verstaan het tussen oor en schouder geklemd houden.

Ter zitting geconfronteerd met deze Nota van Toelichting heeft appellant ruiterlijk zijn ongelijk erkend, maar wel (nogmaals) benadrukt dat de motivering van het bestreden besluit hiervan geen melding maakt en dat bij een betere motivering een beroep en een gang naar de zitting voorkomen had kunnen worden. De kantonrechter is met appellant van oordeel dat de motivering van het bestreden besluit, in het licht van diens concrete en niet op voorhand ongegronde grief, onvoldoende draagkrachtig was. Nu voorts aannemelijk is dat appellant om die reden in beroep en naar de zitting is gekomen, is er plaats voor een proceskostenvergoeding voor wat betreft de reiskosten van appellant, terwijl met toepassing van artikel 6:22 van de Awb het bestreden besluit in stand blijft.

Er zijn termen de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van appellant. Beslissing: Het beroep wordt ongegrond verklaard. De officier van justitie te Zutphen wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant, begroot op € 23,50 aan reiskosten, te betalen door de Staat der Nederlanden. Deze beslissing is gegeven door mr. J.A.M. Smulders en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2004 in tegenwoor-digheid van de griffier.