Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZUT:2003:AF6833 ECLI:NL:RBZUT:2003:AF6833 AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2003:AF6833 · Rechtbank Zutphen

Case Number ECLI:NL:RBZUT:2003:AF6833
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Motivering Mr. J.W.H.M. Koers, advocaat te Doesburg, heeft bij verzetschrift van 4 februari 2003 namens C in diens hoedanigheid van directeur van A, verzet gedaan tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gegeven uitspraak van de rechtbank van 23 januari 2003, waarbij het beroep van Z niet-ontvankelijk is verklaard. Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, eerste volzin, van de Awb kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan verzet doen bij de rechtbank tegen een uitspraak bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:13 van de Awb; ECLI:NL:RBZUT:2003:AF6833 · Rechtbank Zutphen: Motivering Mr. J.W.H.M. Koers, advocaat te Doesburg, heeft bij verzetschrift van 4 februari 2003 namens C in diens hoedanigheid van directeur van A, verzet gedaan tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gegeven uitspraak van de rechtbank van 23 januari 2003, waarbij het beroep van Z niet-ontvankelijk is verklaard. Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, eerste volzin, van de Awb kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan verzet doen bij de rechtbank tegen een uitspraak bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6:13 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 6:13 van de Awb
Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een op bezwaar genomen besluit door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZUTPHEN Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Reg.nr.: 02/1712 UITSPRAAK in het geding tussen: A, gevestigd te B, opposante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.

1. Motivering Mr. J.W.H.M. Koers, advocaat te Doesburg, heeft bij verzetschrift van 4 februari 2003 namens C in diens hoedanigheid van directeur van A, verzet gedaan tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gegeven uitspraak van de rechtbank van 23 januari 2003, waarbij het beroep van Z niet-ontvankelijk is verklaard. Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, eerste volzin, van de Awb kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan verzet doen bij de rechtbank tegen een uitspraak bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.

Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een op bezwaar genomen besluit door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit. Bij besluit van 21 augustus 2002 heeft geopposeerde bepaald dat Z naar aanleiding van haar ziekmelding op 19 juni 2002 geen recht heeft op ziekengeld vanwege haar recht op loondoorbetaling door de werkgever. Bij brief van 30 augustus 2002 heeft Z tegen dit besluit bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 13 november 2002 ongegrond is verklaard.

Tegen dit besluit heeft C in zijn hoedanigheid van directeur van opposante - uitsluitend - namens Z beroep ingesteld. Vanwege de rechtbank is mr. Koers voornoemd verzocht aan te geven of (mede) namens Z verzet is gedaan. Ondanks diverse herinneringen heeft hij aan dit verzoek geen gevolg gegeven. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het verzet alleen namens opposante is ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat het door opposante ingestelde verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe wordt het volgende overwogen. Zo ervan mag worden uitgegaan dat opposante belanghebbende is bij de uitspraak van 23 januari 2003, kan haar naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs worden verweten dat zij heeft nagelaten tegen de beslissing op bezwaar van 13 november 2002 beroep in te stellen, net zoals haar verweten had kunnen worden, in het geval zij beroep had ingesteld, dat zij tegen het besluit van 21 augustus 2001 geen bezwaar heeft gemaakt.

Niet valt in te zien welke feiten of omstandigheden dit nalaten zouden kunnen rechtvaardigen. Naar analogie van artikel 6:13 van de Awb is het door opposante ingestelde verzet daarom niet-ontvankelijk.

2. Beslissing De rechtbank, recht doende: - verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr. N.C. van Lookeren Campagne en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2003 in tegenwoordigheid van de griffier. Afschrift verzonden op: