Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZUT:2002:AE6757 ECLI:NL:RBZUT:2002:AE6757 AI generated

ECLI:NL:RBZUT:2002:AE6757 · Rechtbank Zutphen

Case Number ECLI:NL:RBZUT:2002:AE6757
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HET PROCESVERLOOP Dit verloop blijkt uit: - de dagvaarding van 11 april 2002; - de conclusies van antwoord, repliek en dupliek. DE BEOORDELING 2.1. [eiser] vordert veroordeling bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, van de gemeente aan hem te betalen €E 3.869,32, zulks met nevenvorderingen. Aan deze vordering legt [eiser] ten grondslag (kort gezegd) dat de gemeente in haar hoedanigheid van werkgever van een docent van [school], aansprakelijk is voor het ongeval dat [Zoon]n (geboren 3 augustus 1987) tijdens een techniekles is overkomen. Een klasgenoot van [zoon] [eiser] heeft hem tijdens een techniekles een duw geven waardoor hij ten val kwam. [zoon] [eiser] heeft als gevolg van dit ongeval schade geleden.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:349 lid 1 BW, artikel 1:253k BW; ECLI:NL:RBZUT:2002:AE6757 · Rechtbank Zutphen: De docent was ten tijde van het ongeval aanwezig en heeft onvoldoende toezicht gehouden. 2.2. De gemeente heeft verweer gevoerd tegen de vordering, waarop zonodig in het navolgende zal worden ingegaan. 2.3. Op grond van artikel 1:349 lid 1 BW jo artikel 1:253k BW dient een ouder die voor de minderjarige in rechte optreedt, een machtiging van de kantonrechter over te leggen op straffe van niet-ontvankelijkheid. Nu een dergelijke machtiging ontbreekt, zal [eiser] niet-ontvankelijk worden verklaard. 2.4. [eiser] zal (overeenkomstig HR 12 december 1975, NJ 1976, 569) persoonlijk in de proceskosten van dit geding worden veroordeeld en niet in zijn kwaliteit als ouder van [zoon] [eiser]. 2.5.

Keywords

AI generated
artikel 1:349 lid 1 BW artikel 1:253k BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:349 lid 1 BW
Op grond van artikel 1:349 lid 1 BW jo artikel 1:253k BW dient een ouder die voor de minderjarige in rechte optreedt, een machtiging van de kantonrechter over te leggen op straffe van niet-ontvankelijkheid.
artikel 1:253k BW
Op grond van artikel 1:349 lid 1 BW jo artikel 1:253k BW dient een ouder die voor de minderjarige in rechte optreedt, een machtiging van de kantonrechter over te leggen op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Zutphen Rolnummer: 158792 / CV 02-547 Vonnis d.d. 13 augustus 2002 Vonnis van de kantonrechter te Zutphen in de zaak van: [eiser] in zijn hoedanigheid van ouder van [Zoon]n, wonende te [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. N.T.G. Greven, advocaat te Hengelo, tegen: het rechtspersoonlijkheid bezittende lichaam De Gemeente Zutphen, zetelende te Zutphen, gedaagde, gemachtigde: de [gemachtigde]. Partijen worden in het hierna volgende [eiser] en de gemeente genoemd.

1. HET PROCESVERLOOP Dit verloop blijkt uit: - de dagvaarding van 11 april 2002; - de conclusies van antwoord, repliek en dupliek.

2. DE BEOORDELING 2.1. [eiser] vordert veroordeling bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, van de gemeente aan hem te betalen €E 3.869,32, zulks met nevenvorderingen. Aan deze vordering legt [eiser] ten grondslag (kort gezegd) dat de gemeente in haar hoedanigheid van werkgever van een docent van [school], aansprakelijk is voor het ongeval dat [Zoon]n (geboren 3 augustus 1987) tijdens een techniekles is overkomen. Een klasgenoot van [zoon] [eiser] heeft hem tijdens een techniekles een duw geven waardoor hij ten val kwam. [zoon] [eiser] heeft als gevolg van dit ongeval schade geleden.

De docent was ten tijde van het ongeval aanwezig en heeft onvoldoende toezicht gehouden. 2.2. De gemeente heeft verweer gevoerd tegen de vordering, waarop zonodig in het navolgende zal worden ingegaan. 2.3. Op grond van artikel 1:349 lid 1 BW jo artikel 1:253k BW dient een ouder die voor de minderjarige in rechte optreedt, een machtiging van de kantonrechter over te leggen op straffe van niet-ontvankelijkheid. Nu een dergelijke machtiging ontbreekt, zal [eiser] niet-ontvankelijk worden verklaard. 2.4. [eiser] zal (overeenkomstig HR 12 december 1975, NJ 1976, 569) persoonlijk in de proceskosten van dit geding worden veroordeeld en niet in zijn kwaliteit als ouder van [zoon] [eiser]. 2.5.

Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat geheel daargelaten wordt of de bedoelde machtiging was verleend indien [eiser] daartoe een verzoek had gedaan 3. BESLISSING De kantonrechter, recht doende: verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering; veroordeelt [eiser] persoonlijk in de kosten van het geding, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op: € E 450,-- aan salaris gemachtigde; Aldus gewezen door mr. J.A.M. Smulders, kantonrechter te Zutphen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.