Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5379 ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5379 AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5379 · Rechtbank Utrecht

Case Number ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5379
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de brief van de rechtbank d.d. 18 oktober 2012 aan gedaagde inzake niet-tijdige betaling van het griffierecht - de brief van gedaagde van 23 oktober 2012 over de niet-tijdige betaling van het griffierecht. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

Legislator headnote

AI generated

artikel 127a lid 3 Rv, artikel 139 Rv, artikel 142 Rv; ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5379 · Rechtbank Utrecht: De beoordeling 2.1. De rechtbank laat in het midden of de door gedaagde aangevoerde gronden voor toepassing van de hardheidsclausule (artikel 127a lid 3 Rv) slagen. Immers, ook indien dat niet het geval is, heeft gedaagde door na afloop van de betalingstermijn maar vóór het eindvonnis alsnog het verschuldigde griffierecht te betalen het verstek, dat ex artikel 139 Rv uit een dergelijke niet tijdige betaling voortvloeit, gezuiverd (artikel 128 lid 6 jo artikel 142 Rv). Aan de niet tijdige betaling van het griffierecht door gedaagde kunnen dan ook geen processuele gevolgen worden verbonden. 2.2. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor conclusie van antwoord.

Keywords

AI generated
artikel 127a lid 3 Rv artikel 139 Rv artikel 142 Rv

Cited Legislation

AI generated
artikel 127a lid 3 Rv
De rechtbank laat in het midden of de door gedaagde aangevoerde gronden voor toepassing van de hardheidsclausule (artikel 127a lid 3 Rv) slagen.
artikel 139 Rv
Immers, ook indien dat niet het geval is, heeft gedaagde door na afloop van de betalingstermijn maar vóór het eindvonnis alsnog het verschuldigde griffierecht te betalen het verstek, dat ex artikel 139 Rv uit een dergelijke niet tijdige betaling voortvloeit, gezuiverd (artikel 128 lid 6 jo artikel 142 Rv).
artikel 142 Rv
Immers, ook indien dat niet het geval is, heeft gedaagde door na afloop van de betalingstermijn maar vóór het eindvonnis alsnog het verschuldigde griffierecht te betalen het verstek, dat ex artikel 139 Rv uit een dergelijke niet tijdige betaling voortvloeit, gezuiverd (artikel 128 lid 6 jo artikel 142 Rv).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handel en kanton Handelskamer zaaknummer / rolnummer: 328986 / HA ZA 12-1042 Vonnis van 28 november 2012 in de zaak van 1. [eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. T. Binnema, tegen de naamloze vennootschap SNS BANK N.V., gevestigd te Utrecht, gedaagde, advocaat mr. H.P.A.J. Martius.

1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de brief van de rechtbank d.d. 18 oktober 2012 aan gedaagde inzake niet-tijdige betaling van het griffierecht - de brief van gedaagde van 23 oktober 2012 over de niet-tijdige betaling van het griffierecht. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling 2.1. De rechtbank laat in het midden of de door gedaagde aangevoerde gronden voor toepassing van de hardheidsclausule (artikel 127a lid 3 Rv) slagen. Immers, ook indien dat niet het geval is, heeft gedaagde door na afloop van de betalingstermijn maar vóór het eindvonnis alsnog het verschuldigde griffierecht te betalen het verstek, dat ex artikel 139 Rv uit een dergelijke niet tijdige betaling voortvloeit, gezuiverd (artikel 128 lid 6 jo artikel 142 Rv). Aan de niet tijdige betaling van het griffierecht door gedaagde kunnen dan ook geen processuele gevolgen worden verbonden. 2.2. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor conclusie van antwoord.

3. De beslissing De rechtbank verwijst de zaak naar de rol van 9 januari 2013 voor het nemen van conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2012.?