Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2923 ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2923 AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2923 · Rechtbank Utrecht

Case Number ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2923
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/655975-12 (ontneming) vonnis van de rechtbank d.d. 10 oktober 2012 in de ontnemingszaak tegen [verdachte] geboren op [1967] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats] thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Wolvenplein raadsman mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht. 1 De procedure. De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering van de officier van justitie d.d. 18 september 2012, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/655975-12 waaruit blijkt dat verdachte op 10 oktober 2012 door de rechtbank is veroordeeld ter zake van:

Legislator headnote

AI generated

artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering, artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2923 · Rechtbank Utrecht: Verdachte heeft niet het volledige bedrag van € 2.500,00 verkregen. De verdediging stelt zich subsidiair op het standpunt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel lager dient te worden vastgesteld en wel op een bedrag van € 3.000,00. 2.3 Het oordeel van de rechtbank Bij vonnis van 10 oktober 2012 heeft de rechtbank bewezen verklaard dat veroordeelde – kort gezegd – een diefstal door middel van een valse sleutel en twee pogingen diefstal door middel van een valse sleutel heeft gepleegd. De rechtbank ontleent aan de inhoud van de in de strafzaak genoemde bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde door middel van het begaan van de bewezenverklaarde feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.

Keywords

AI generated
misappropriation of funds forfeit money third-party payment counterfeit currency restitution of unjust enrichment proof of payment

Cited Legislation

AI generated
artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering
18 september 2012, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/655975-12 waaruit blijkt dat verdachte op 10 oktober 2012 door de rechtbank is veroordeeld ter zake van:
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
De rechtbank ontleent aan de inhoud van de in de strafzaak genoemde bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde door middel van het begaan van de bewezenverklaarde feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/655975-12 (ontneming) vonnis van de rechtbank d.d. 10 oktober 2012 in de ontnemingszaak tegen [verdachte] geboren op [1967] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats] thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Wolvenplein raadsman mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht. 1 De procedure. De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering van de officier van justitie d.d. 18 september 2012, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/655975-12 waaruit blijkt dat verdachte op 10 oktober 2012 door de rechtbank is veroordeeld ter zake van:

Feit 1: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel; Feit 2 en feit 3: telkens: poging diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel; tot de in die uitspraak vermelde straf; - het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, proces-verbaal nr. PL0971 2012140525, pagina 177; - de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 26 oktober 2012; - de overige stukken;

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Hij heeft daarbij zijn vordering gewijzigd. Tevens is de verdachte gehoord, bijgestaan door raadsman mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht. 2 De beoordeling 2.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft zijn vordering ter terechtzitting gewijzigd en gevorderd een bedrag te ontnemen van € 10.500,00, bestaande uit € 2.500,00 verkregen voordeel uit de diefstal op 18 oktober 2012 en € 8.000,00 verkregen uit witwassen. 2.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vierde ten laste gelegde feit en verdachte slechts een vergoeding kreeg voor het plegen van het eerste ten laste gelegde feit.

Verdachte heeft niet het volledige bedrag van € 2.500,00 verkregen. De verdediging stelt zich subsidiair op het standpunt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel lager dient te worden vastgesteld en wel op een bedrag van € 3.000,00. 2.3 Het oordeel van de rechtbank Bij vonnis van 10 oktober 2012 heeft de rechtbank bewezen verklaard dat veroordeelde – kort gezegd – een diefstal door middel van een valse sleutel en twee pogingen diefstal door middel van een valse sleutel heeft gepleegd. De rechtbank ontleent aan de inhoud van de in de strafzaak genoemde bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde door middel van het begaan van de bewezenverklaarde feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.

De rechtbank overweegt dat verdachte is vrijgesproken van het vierde ten laste gelegde feit. De vordering van de officier van justitie is deels op dit feit gebaseerd. De rechtbank zal het bedrag in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel die betrekking heeft op dit feit daarom niet meenemen in de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank zal het terug te betalen bedrag derhalve vaststellen op € 2.500,00, en de vordering van de officier van justitie voor het overige afwijzen. De stelling van [verdachte] dat hij minder voordeel heeft genoten dan dit bedrag, omdat hij een deel van het gepinde bedrag aan een derde heeft moeten afstaan, wordt gepasseerd.

De juistheid van deze stelling is namelijk onvoldoende aannemelijk geworden (onder meer door het ontbreken van bewijs), terwijl wel vast staat dat [verdachte] het bedrag van € 2.500,00 met een gestolen bankpas heeft opgenomen en dat door deze handeling een wederrechtelijk voordeel is genoten ter hoogte van dit bedrag. 3 De beslissing. De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 2.500,00. Zij legt [verdachte] de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 2.500,00, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Zij wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af. Dit vonnis is gegeven door mr. P.W.G. de Beer, voorzitter, mr. M.J. Veldhuijzen en mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier drs. E.M.S. Arduin en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 oktober 2012.