Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3526 ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3526 AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3526 · Rechtbank Utrecht

Case Number ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3526
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De beoordeling 1.1. Bij brief van 18 april 2012 heeft verzoekster verzet aangetekend tegen het aan haar opgelegde griffierecht. Volgens haar dient het griffierecht in de zaken met zaak- en rolnummers 319522/ HA ZA 12-196, 319531/ HA ZA 12-199, 320693/ HA ZA 12-346 en 320891/ HA ZA 12-414 vastgesteld te worden op één x € 575,--, nu haar vorderingen zodanig verband met elkaar houden dat deze in één procedure kunnen worden behandeld en zij beide schuldenaars in één procedure zou kunnen dagvaarden. 1.2. De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 1.3.

Legislator headnote

AI generated

artikel 122 lid 1 Fw; ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3526 · Rechtbank Utrecht: Op grond van het bepaalde in artikel 17 lid 2 Wet griffierechten in burgerlijke zaken (WGBZ) wordt het griffierecht in een renvooiprocedure bepaald aan de hand van de regeling die voor gewone dagvaardingsprocedures geldt (artikel 3 lid 1 WGBZ). 1.4. Op grond van artikel 122 lid 1 Faillissementswet vervangt de verwijzing door de rechter-commissaris de dagvaarding. Dit betekent dat de betreffende schuldeiser, in het onderhavige geval dus verzoekster, in beginsel voor elke verwijzing apart griffierecht verschuldigd is. 1.5. Daar staat evenwel tegenover dat de rechter-commissaris op grond van artikel 122 lid 1 Fw niet de ingediende vorderingen, maar de daarbij betrokken partijen (betwister en betwiste schuldeiser) naar de renvooiprocedure verwijst.

Keywords

AI generated
severance of proceedings types of procedure joinder of proceedings multi-stage procedure conflict of jurisdiction referral to separate proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 122 lid 1 Fw
Daar staat evenwel tegenover dat de rechter-commissaris op grond van artikel 122 lid 1 Fw niet de ingediende vorderingen, maar de daarbij betrokken partijen (betwister en betwiste schuldeiser) naar de renvooiprocedure verwijst.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK UTRECHT Sector handel en kanton Handelskamer zaaknummers / rekestnummers: 327630 / HA RK 12-354 327631 / HA RK 12-355 327633 / HA RK 12-356 327634 / HA RK 12-357 Beschikking van 1 augustus 2012 in de zaak van de maatschap LRT-ADVOCATEN, gevestigd te Amsterdam, verzoekster, advocaat mr. J.K.A. van Loo te Amsterdam en DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK UTRECHT, zetelende te Utrecht, verweerster.

1. De beoordeling 1.1. Bij brief van 18 april 2012 heeft verzoekster verzet aangetekend tegen het aan haar opgelegde griffierecht. Volgens haar dient het griffierecht in de zaken met zaak- en rolnummers 319522/ HA ZA 12-196, 319531/ HA ZA 12-199, 320693/ HA ZA 12-346 en 320891/ HA ZA 12-414 vastgesteld te worden op één x € 575,--, nu haar vorderingen zodanig verband met elkaar houden dat deze in één procedure kunnen worden behandeld en zij beide schuldenaars in één procedure zou kunnen dagvaarden. 1.2. De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 1.3.

Op grond van het bepaalde in artikel 17 lid 2 Wet griffierechten in burgerlijke zaken (WGBZ) wordt het griffierecht in een renvooiprocedure bepaald aan de hand van de regeling die voor gewone dagvaardingsprocedures geldt (artikel 3 lid 1 WGBZ). 1.4. Op grond van artikel 122 lid 1 Faillissementswet vervangt de verwijzing door de rechter-commissaris de dagvaarding. Dit betekent dat de betreffende schuldeiser, in het onderhavige geval dus verzoekster, in beginsel voor elke verwijzing apart griffierecht verschuldigd is. 1.5. Daar staat evenwel tegenover dat de rechter-commissaris op grond van artikel 122 lid 1 Fw niet de ingediende vorderingen, maar de daarbij betrokken partijen (betwister en betwiste schuldeiser) naar de renvooiprocedure verwijst.

Dit betekent dat de enkele omstandigheid dat de verwijzing per vordering plaatsvindt, niet betekent dat dit ook aparte dagvaardingsprocedures moet opleveren. Nu betwister (de curatoren van Econcern N.V.) en de betwiste schuldeiser (de cliënt van verzoekster) in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319522/ HA ZA 12-196, 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 dezelfde zijn, wordt dit door de rechtbank als één verwijzing gezien, en is daarvoor derhalve maar één keer griffierecht verschuldigd. 1.6. In de zaak met zaaknr./rolnr. 320693/ HA ZA 12-346 is sprake van een andere betwister (de curatoren van Ecostream International B.V.), zodat die verwijzing als een separate zaak moet worden beschouwd.

Voor die zaak is dan ook apart griffierecht verschuldigd. De omstandigheid dat indien verzoekster de (curatoren van de) schuldenaren in een aparte procedure zelf gedagvaard zou hebben, zij met één dagvaarding had kunnen volstaan, kan haar niet baten, omdat van een dergelijk geval hier geen sprake is. 1.7. Het voorgaande betekent dat het verzet alleen gegrond verklaard zal worden voor zover in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 griffierecht is opgelegd.

2. De beslissing De rechtbank verklaart het bezwaar gegrond, voor zover in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 griffierecht is opgelegd. Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2012.?