Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0980 ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0980 AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0980 · Rechtbank Utrecht

Case Number ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0980
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/440354-11 (ontneming) vonnis van de rechtbank d.d. 27 maart 2012 in de ontnemingszaak tegen [verdachte] geboren op [1951] te [geboorteplaats] wonende te [adres], [woonplaats] raadsman mr. J.A.F. Boor, advocaat te Utrecht 1. De procedure. De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/711981-09 waaruit blijkt dat veroordeelde op 27 maart 2012 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht is veroordeeld terzake van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd in de periode van 19 oktober 2008 tot en met 19 oktober 2009, tot de in die uitspraak vermelde straf; - het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, opgemaakt door [verbalisant 1], brigadier rechercheur bij de politie Utrecht, gesloten en ondertekend 29 november 2008, pagina 185 tot en met pagina 199 van het hoofdproces-verbaal met nummer PL0960/09-018637.

Legislator headnote

AI generated

artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0980 · Rechtbank Utrecht: Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 13 maart 2012 zijn de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsman gehoord.

Keywords

AI generated
unlawful coercion restrictions based on price reduction of fine action for price reduction forfeiture of crime proceeds weighting of the starting amount

Cited Legislation

AI generated
artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/440354-11 (ontneming) vonnis van de rechtbank d.d. 27 maart 2012 in de ontnemingszaak tegen [verdachte] geboren op [1951] te [geboorteplaats] wonende te [adres], [woonplaats] raadsman mr. J.A.F. Boor, advocaat te Utrecht 1. De procedure. De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/711981-09 waaruit blijkt dat veroordeelde op 27 maart 2012 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht is veroordeeld terzake van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd in de periode van 19 oktober 2008 tot en met 19 oktober 2009, tot de in die uitspraak vermelde straf; - het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, opgemaakt door [verbalisant 1], brigadier rechercheur bij de politie Utrecht, gesloten en ondertekend 29 november 2008, pagina 185 tot en met pagina 199 van het hoofdproces-verbaal met nummer PL0960/09-018637.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 13 maart 2012 zijn de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsman gehoord.

2. De beoordeling. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 305.000,- af te wijzen. De ontneming ziet alleen op de hennepkwekerij aan de [adres] en nu zij vrijspraak vordert voor dit deel van de tenlastelegging ziet de ontnemingsvordering niet meer op verdachte. De raadsman sluit zich bij het standpunt van de officier van justitie aan. De rechtbank is van oordeel dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, neergelegd in het hiervoor genoemde proces-verbaal, alleen ziet op de hennepkwekerij aan de [adres]. Nu verdachte van dit deel van de tenlastelegging is vrijgesproken in de hoofdzaak waarvan de rechtbank op 27 maart 2012 uitspraak heeft gedaan, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.

3. De beslissing. De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af. Deze beslissing is gegeven door mr. J.P. Killian, voorzitter, mr. E.A. Messer en mr. P.W.G. de Beer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. P. Groot-Smits en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 maart 2012.