Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2997 ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2997 AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2997 · Rechtbank Utrecht

Case Number ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2997
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/711185-11 (afgesplitst op 19 december 2011) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 februari 2012 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1986] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres]. raadsman mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht 1 Onderzoek van de zaak De zaak met bovenstaand parketnummer is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 december 2011 voor zover de tenlastelegging ziet op de feiten 1 en 2. Op deze zitting van 19 december 2011 zijn de feiten 3 en 4 gesplitst overeenkomstig artikel 285, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot de feiten 1 en 2 heeft de rechtbank op 2 januari 2012 vonnis gewezen. Ter terechtzitting van 23 januari 2012 zijn de feiten 3 en 4 inhoudelijk behandeld, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging, zoals thans aan de orde, is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2997 · Rechtbank Utrecht: Het dossier biedt daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van de hem ten laste gelegde feiten. 5 De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter, mr. M.J. Grapperhaus en mr. M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 februari 2012.

Keywords

AI generated
fraud investigation hidden defects charge of theft other criminal offenses related theft offenses newly discovered evidence
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/711185-11 (afgesplitst op 19 december 2011) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 februari 2012 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1986] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres]. raadsman mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht 1 Onderzoek van de zaak De zaak met bovenstaand parketnummer is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 december 2011 voor zover de tenlastelegging ziet op de feiten 1 en 2. Op deze zitting van 19 december 2011 zijn de feiten 3 en 4 gesplitst overeenkomstig artikel 285, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot de feiten 1 en 2 heeft de rechtbank op 2 januari 2012 vonnis gewezen. Ter terechtzitting van 23 januari 2012 zijn de feiten 3 en 4 inhoudelijk behandeld, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging, zoals thans aan de orde, is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

3. op 9 maart 2011 te Nieuwegein, samen met anderen, een personenauto (Seat Ibiza) heeft weggenomen door middel van een valse sleutel; subsidiair: op 14 juni 2011 te Houten zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)heling van die auto;

4. op 14 april 2011 te Houten, samen met anderen, een personenauto (Peugeot 206) heeft weggenomen door middel van een valse sleutel; subsidiair: op 14 juni 2011 te Houten zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)heling van die auto. 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor de ten laste gelegde feiten. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met anderen betrokken is bij de hem ten laste gelegde feiten.

Het dossier biedt daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van de hem ten laste gelegde feiten. 5 De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter, mr. M.J. Grapperhaus en mr. M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 februari 2012.