ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2143 · Rechtbank Utrecht
Legislator summary
AI generatedDe procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. De beoordeling 2.1. Voor de vordering en de feiten wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte dagvaarding. 2.2. Gedaagde is consument. Eiseres beroept zich met betrekking tot de gevorderde opslagkosten op een beding dat is opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. De rechtbank dient op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C 243/08) ambtshalve te beoordelen of het beding onredelijk bezwarend is. Bij de Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een indicatieve lijst gevoegd van mogelijk oneerlijke bedingen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2143 · Rechtbank Utrecht: vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector Civiel Handelskamer zaaknummer / rolnummer: 303532 / HA ZA 11-563 Vonnis van 20 april 2011 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KEUKENCONCURRENT NEDERLAND B.V., gevestigd te Waalwijk, eiseres, advocaat mr. H. Post, tegen CORNELIS ROSENDAAL, wonende te Veenendaal, gedaagde, niet verschenen.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector Civiel Handelskamer zaaknummer / rolnummer: 303532 / HA ZA 11-563 Vonnis van 20 april 2011 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KEUKENCONCURRENT NEDERLAND B.V., gevestigd te Waalwijk, eiseres, advocaat mr. H. Post, tegen CORNELIS ROSENDAAL, wonende te Veenendaal, gedaagde, niet verschenen.
1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling 2.1. Voor de vordering en de feiten wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte dagvaarding. 2.2. Gedaagde is consument. Eiseres beroept zich met betrekking tot de gevorderde opslagkosten op een beding dat is opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. De rechtbank dient op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C 243/08) ambtshalve te beoordelen of het beding onredelijk bezwarend is. Bij de Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een indicatieve lijst gevoegd van mogelijk oneerlijke bedingen.
Het onderhavige beding is naar het oordeel van de rechtbank een beding als bedoeld in onderdeel e van de genoemde indicatieve lijst. Door het beding waarop eiseres zich beroept, is de consument een bedrag aan opslagkosten verschuldigd dat bijna net zo hoog is als de koopprijs van de keuken. In dit licht overweegt de rechtbank dit beding aan te merken als een beding waarmee aan de consument een onevenredig hoge schadevergoeding wordt opgelegd en dit beding (partieel) te vernietigen. 2.3. Alvorens hier een definitief oordeel over te geven, verzoekt de rechtbank eiseres om inzichtelijk te maken hoe het in rekening gebrachte bedrag aan opslagkosten van EUR 45,00 per week is berekend en zich uit te laten over de verhouding van dit bedrag ten opzichte van opslagkosten die derden in zijn algemeenheid in het economisch verkeer in rekening brengen.
3. De beslissing De rechtbank 3.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 mei 2011 voor het nemen van een akte door eiseres over hetgeen is vermeld onder 2.2., 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2011.