Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5302 ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5302 AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5302 · Rechtbank Utrecht

Case Number ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5302
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De vordering De vordering van de officier van justitie d.d. 27 mei 2008 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, lid 4, Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 39.000,00.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5302 · Rechtbank Utrecht: RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/446159-07 (ontneming) Datum uitspraak: 24 juni 2008 Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [1965] te [geboorteplaats], wonende [adres]. Raadsman: mr. B.J. Tieman. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 juni 2008.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/446159-07 (ontneming) Datum uitspraak: 24 juni 2008 Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [1965] te [geboorteplaats], wonende [adres]. Raadsman: mr. B.J. Tieman. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 juni 2008.

1. De vordering De vordering van de officier van justitie d.d. 27 mei 2008 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, lid 4, Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 39.000,00.

2. Beoordeling van de vordering Verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van het als ambtenaar opzettelijk geld of geldswaardig papier verduisteren. Dit betekent dat de vordering moet worden afgewezen.

6. DE BESLISSING De rechtbank: wijst de vordering tot ontneming af. Dit vonnis is gewezen door mrs. A. Wassing, C.W. Bianchi en L.M.G. de Weerd, bijgestaan door C. Lith-van den Brink als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juni 2008. Mrs. Wassing en Bianchi zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.