Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBUTR:2004:AO5602 ECLI:NL:RBUTR:2004:AO5602 AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2004:AO5602 · Rechtbank Utrecht

Case Number ECLI:NL:RBUTR:2004:AO5602
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK TE UTRECHT Parketnummer: 16/300184-04 BESCHIKKING IN HOGER BE-ROEP De arrondissementsrechtbank te Utrecht, in raadkamer vergaderd; gelet op het hoger beroep van de officier van justitie in dit arrondissement van 19 februari 2004, ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris d.d. 13 februari 2004, in de zaak tegen verdachte: [verdachte] raadsman: mr. P.J. de Graaf, advocaat te Utrecht; gehoord de officier van justitie en de raadsman van de verdachte; Overweegt als volgt: De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris van 13 februari 2004.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBUTR:2004:AO5602 · Rechtbank Utrecht: 13 februari 2004, in de zaak tegen verdachte: [verdachte] raadsman: mr. P.J. de Graaf, advocaat te Utrecht; gehoord de officier van justitie en de raadsman van de verdachte; Overweegt als volgt: De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris van 13 februari 2004.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK TE UTRECHT Parketnummer: 16/300184-04 BESCHIKKING IN HOGER BE-ROEP De arrondissementsrechtbank te Utrecht, in raadkamer vergaderd; gelet op het hoger beroep van de officier van justitie in dit arrondissement van 19 februari 2004, ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris d.d. 13 februari 2004, in de zaak tegen verdachte: [verdachte] raadsman: mr. P.J. de Graaf, advocaat te Utrecht; gehoord de officier van justitie en de raadsman van de verdachte; Overweegt als volgt: De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris van 13 februari 2004.

Daarbij heeft de rechter-commissaris bepaald dat de inverzekeringstelling van verdachte niet rechtmatig was. De officier van justitie heeft een memorie van hoger beroep in het geding gebracht en geconcludeerd tot vernietiging van voormelde beslissing. De beslissing van de rechter-commissaris dat de inverzekeringstelling van verdachte niet rechtmatig was, is gebaseerd op de stelling dat "één anonieme melding volstrekt onvoldoende is voor het ontstaan van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit". De rechtbank is van oordeel dat er voor deze stelling in zijn algemeenheid geen aanknopingspunt is te vinden in het recht.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van de officier van justitie dient te worden toegewezen. BESCHIKKENDE: Verklaart het hoger beroep van de officier van justitie gegrond en vernietigt de bestreden beslissing d.d. 13 februari 2004. Aldus gedaan te Utrecht op 4 maart 2004 door mrs. J.R. Krol, A. Wassing, H.R. Bax, rech-ters, in tegen-woor-digheid van I.P. Boer als grif-fier. De beschikking is door de voorzitter en griffier ondertekend.