Legislator Case Law & Legislation
FT-RK 99.651 ECLI:NL:RBUTR:1999:AF0498 AI generated

FT-RK 99.651 · Rechtbank Utrecht

Case Number FT-RK 99.651
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Arrondissementsrechtbank te Utrecht, Meervoudige kamer X., wonende te P. verzoekster, heeft op 15 september 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is, met de heer Y., haar vader, verschenen ter zitting van 2 november 1999. De eenmanszaak Z. wordt gedreven voor rekening van verzoekster. Deze eenmanszaak is een voortzetting van de failliete vennootschap A. waarvan de vader van verzoekster grootaandeelhouder was. Ter zitting is komen vast te staan dat de eenmanszaak slechts in naam voor rekening van verzoekster werd gedreven en dat in feite verzoekster geen enkele invloed had op de bedrijfsvoering, waarmee uitsluitend haar vader zich bezig hield.

Legislator headnote

AI generated

FT-RK 99.651 · Rechtbank Utrecht: Nu verzoekster zich aldus volledig heeft onttrokken aan haar verantwoordelijkheden, moet het ervoor worden gehouden dat zij de - omvangrijke - schulden van de eenmanszaak onverplicht en mitsdien niet te goeder trouw is aangegaan. Zulks brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat het verzoek op grond van art. 288 lid 2 sub b Fw. dient te worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: -wijst het verzoek af; Gewezen door mrs. G.C. van Kekem, voorzitter, H.G. Ruijs en W.W. de Nijs Bik, leden van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van november 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Arrondissementsrechtbank te Utrecht, Meervoudige kamer X., wonende te P. verzoekster, heeft op 15 september 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is, met de heer Y., haar vader, verschenen ter zitting van 2 november 1999. De eenmanszaak Z. wordt gedreven voor rekening van verzoekster. Deze eenmanszaak is een voortzetting van de failliete vennootschap A. waarvan de vader van verzoekster grootaandeelhouder was. Ter zitting is komen vast te staan dat de eenmanszaak slechts in naam voor rekening van verzoekster werd gedreven en dat in feite verzoekster geen enkele invloed had op de bedrijfsvoering, waarmee uitsluitend haar vader zich bezig hield.

Nu verzoekster zich aldus volledig heeft onttrokken aan haar verantwoordelijkheden, moet het ervoor worden gehouden dat zij de - omvangrijke - schulden van de eenmanszaak onverplicht en mitsdien niet te goeder trouw is aangegaan. Zulks brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat het verzoek op grond van art. 288 lid 2 sub b Fw. dient te worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: -wijst het verzoek af; Gewezen door mrs. G.C. van Kekem, voorzitter, H.G. Ruijs en W.W. de Nijs Bik, leden van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van november 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.